BWBV0002999
Geldig vanaf 01-02-1987
Artikel 1
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs
In deze Overeenkomst betekent:
(a) de uitdrukking „instellingen van hoger onderwijs”: alle universiteiten, hogescholen en andere instellingen van hoger onderwijs, die in het Koninkrijk der Nederlanden en in de Republiek Oostenrijk wettelijk worden beschouwd het karakter van hoger onderwijs te hebben en die gerechtigd zijn de doctorsgraad te verlenen, of waar studies met een academische graad of met een „staatsexamen” kunnen worden afgesloten;
(b) de uitdrukking „academische graad”: elk diploma of elke graad, die door een instelling van hoger onderwijs als bewijs van de voltooiing van een studie wordt verleend;
(c) de uitdrukking „examen” respectievelijk „staatsexamen”: zowel afsluitende examens als tussentijdse examens of deelexamens binnen het kader van een studie aan een instelling van hoger onderwijs.
(a) de uitdrukking „instellingen van hoger onderwijs”: alle universiteiten, hogescholen en andere instellingen van hoger onderwijs, die in het Koninkrijk der Nederlanden en in de Republiek Oostenrijk wettelijk worden beschouwd het karakter van hoger onderwijs te hebben en die gerechtigd zijn de doctorsgraad te verlenen, of waar studies met een academische graad of met een „staatsexamen” kunnen worden afgesloten;
(b) de uitdrukking „academische graad”: elk diploma of elke graad, die door een instelling van hoger onderwijs als bewijs van de voltooiing van een studie wordt verleend;
(c) de uitdrukking „examen” respectievelijk „staatsexamen”: zowel afsluitende examens als tussentijdse examens of deelexamens binnen het kader van een studie aan een instelling van hoger onderwijs.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002999
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl