BWBV0002952
Geldig vanaf 01-01-1986
Artikel 56
Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen
1. De artikelen 1 tot en met 6 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap zijn in Spanje ten aanzien van onderdanen van de andere Lid-Staten en in de andere Lid-Staten ten aanzien van Spaanse onderdanen pas van toepassing vanaf 1 januari 1993.
Het Koninkrijk Spanje en de andere Lid-Staten zijn bevoegd, onderscheidenlijk ten aanzien van onderdanen van de andere Lid-Staten en ten aanzien van Spaanse onderdanen, tot en met 31 december 1992 de nationale bepalingen of bepalingen die voortvloeien uit bilaterale overeenkomsten waarbij immigratie met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst en/of toegang tot arbeid in loondienst aan een voorafgaande vergunning wordt onderworpen, te handhaven.
Het Koninkrijk Spanje en het Groothertogdom Luxemburg mogen de in de vorige alinea bedoelde nationale bepalingen evenwel tot en met 31 december 1995 handhaven, onderscheidenlijk ten aanzien van Luxemburgse onderdanen enerzijds en Spaanse onderdanen anderzijds.
2. Per 1 januari 1991 stelde de Raad, aan de hand van een verslag van de Commissie, een onderzoek in naar het resultaat van de toepassing van de in lid 1 bedoelde afwijkingsmaatregelen.
Na dit onderzoek kan de Raad, met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie, aan de hand van nieuwe gegevens bepalingen vaststellen om genoemde maatregelen aan te passen.
Het Koninkrijk Spanje en de andere Lid-Staten zijn bevoegd, onderscheidenlijk ten aanzien van onderdanen van de andere Lid-Staten en ten aanzien van Spaanse onderdanen, tot en met 31 december 1992 de nationale bepalingen of bepalingen die voortvloeien uit bilaterale overeenkomsten waarbij immigratie met het oog op het verrichten van arbeid in loondienst en/of toegang tot arbeid in loondienst aan een voorafgaande vergunning wordt onderworpen, te handhaven.
Het Koninkrijk Spanje en het Groothertogdom Luxemburg mogen de in de vorige alinea bedoelde nationale bepalingen evenwel tot en met 31 december 1995 handhaven, onderscheidenlijk ten aanzien van Luxemburgse onderdanen enerzijds en Spaanse onderdanen anderzijds.
2. Per 1 januari 1991 stelde de Raad, aan de hand van een verslag van de Commissie, een onderzoek in naar het resultaat van de toepassing van de in lid 1 bedoelde afwijkingsmaatregelen.
Na dit onderzoek kan de Raad, met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie, aan de hand van nieuwe gegevens bepalingen vaststellen om genoemde maatregelen aan te passen.
- Citeren als
- Art. 56
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002952
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl