BWBV0002952
Geldig vanaf 01-01-1986
Artikel 158
Verdrag betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Akte, betreffende de voorwaarden voor de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen
1. Een aantal van 300 welbepaalde vaartuigen die met hun technische kenmerken voorkomen op de nominatieve lijst in bijlage IX, hierna „basislijst” te noemen, kunnen gemachtigd worden om hun visserijactiviteiten uit te oefenen in de ICES-sectoren Vb, VI, VII, VIIIa, b, d met uitzondering, gedurende de periode van de datum van toetreding tot en met 31 december 1995, van de sector bezuiden 56°30' noorderbreedte, ten oosten van 12° westerlengte en benoorden 50°30' noorderbreedte.
2. Slechts 150 standaardvaartuigen, waarvan 5 alleen voor het vissen op andere soorten dan demersale soorten kunnen worden gebruikt, die voorkomen op de basislijst, mogen tegelijkertijd hun visserijactiviteiten uitoefenen, op voorwaarde dat zij voorkomen op een periodieke lijst die door de Commissie wordt vastgesteld, zulks met de volgende verdeling
a) 23 in de ICES-sectoren Vb en VI,
b) 70 in ICES-sector VII,
c) in ICES-sector VIlla, b, d.
Onder standaardvaartuig wordt een vaartuig verstaan met een remkracht van 700 paardekrachten (BHP). De omrekeningsgetallen voor schepen met een ander vermogen luiden als volgt:
[tabel]
Voor de toepassing van deze omrekeningsgetallen op vaartuigen die de zogenaamde visactiviteiten „parejas” en „trios” uitoefenen, worden de motorvermogens van de deelnemende vaartuigen bij elkaar opgeteld.
3. De eventuele aanpassingen van de basislijst die voortvloeien uit het vóór de toetreding buiten gebruik stellen van een vaartuig wegens overmacht worden uiterlijk op 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83. Deze aanpassingen mogen geen afbreuk doen aan het aantal vaartuigen en de verdeling daarvan over elke categorie en evenmin leiden tot een verhoging van de totale tonnage of het totale vermogen van elke van deze categorieën, bovendien mogen de ter vervanging aangewezen vaartuigen slechts worden gekozen uit de vaartuigen vermeld op de lijst in bijlage X.
2. Slechts 150 standaardvaartuigen, waarvan 5 alleen voor het vissen op andere soorten dan demersale soorten kunnen worden gebruikt, die voorkomen op de basislijst, mogen tegelijkertijd hun visserijactiviteiten uitoefenen, op voorwaarde dat zij voorkomen op een periodieke lijst die door de Commissie wordt vastgesteld, zulks met de volgende verdeling
a) 23 in de ICES-sectoren Vb en VI,
b) 70 in ICES-sector VII,
c) in ICES-sector VIlla, b, d.
Onder standaardvaartuig wordt een vaartuig verstaan met een remkracht van 700 paardekrachten (BHP). De omrekeningsgetallen voor schepen met een ander vermogen luiden als volgt:
[tabel]
Voor de toepassing van deze omrekeningsgetallen op vaartuigen die de zogenaamde visactiviteiten „parejas” en „trios” uitoefenen, worden de motorvermogens van de deelnemende vaartuigen bij elkaar opgeteld.
3. De eventuele aanpassingen van de basislijst die voortvloeien uit het vóór de toetreding buiten gebruik stellen van een vaartuig wegens overmacht worden uiterlijk op 1 januari 1986 vastgesteld volgens de procedure van artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 170/83. Deze aanpassingen mogen geen afbreuk doen aan het aantal vaartuigen en de verdeling daarvan over elke categorie en evenmin leiden tot een verhoging van de totale tonnage of het totale vermogen van elke van deze categorieën, bovendien mogen de ter vervanging aangewezen vaartuigen slechts worden gekozen uit de vaartuigen vermeld op de lijst in bijlage X.
- Citeren als
- Art. 158
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002952
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl