BWBV0002861
Geldig vanaf 06-03-2008
Artikel 4
Uitvoeringsprotocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Albanië inzake de overname van personen die zonder vergunning in de Republiek Albanië of de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) verblijven
1. Ingeval van een positief antwoord op het verzoek om of overname, worden de voor terugkeer noodzakelijke reisdocumenten overeenkomstig artikels 2, lid (2), 3, lid (3), 4, lid (2) en 5, lid (4), van de Overeenkomst, onverwijld op naam van de over te dragen persoon gesteld en door de diplomatieke vertegenwoordiging aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij overhandigd.
2. Op grond van artikel 2, lid (2), artikel 3, lid (3), artikel 4, lid (2) en artikel 5, lid (4), van de Overeenkomst, wordt de aangezochte Partij, indien de diplomatieke vertegenwoordiging het gevraagde reisdocument niet binnen 14 kalenderdagen na de datum van ontvangst van het verzoek daartoe kan verstrekken, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die Partijen voor dit doel zullen gebruiken zijn als Bijlage 3 en 4 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht.
2. Op grond van artikel 2, lid (2), artikel 3, lid (3), artikel 4, lid (2) en artikel 5, lid (4), van de Overeenkomst, wordt de aangezochte Partij, indien de diplomatieke vertegenwoordiging het gevraagde reisdocument niet binnen 14 kalenderdagen na de datum van ontvangst van het verzoek daartoe kan verstrekken, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die Partijen voor dit doel zullen gebruiken zijn als Bijlage 3 en 4 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002861
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl