BWBV0002557
Geldig vanaf 01-11-1988
Artikel 1
Protocol bij het op 20 juni 1960 gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Belgie betreffende de verbetering van het Kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden
1. Ten einde het kanaal van Terneuzen naar Gent op Nederlands grondgebied aan te passen voor de vaart met schepen met de maximale afmetingen 256 m lengte, 34 m breedte en 12,25 m diepgang, wordt overgegaan tot:
a) het opstellen van twee lichtenlijnen te Sluiskil en Sas van Gent;
b) het doen van onderzoek gericht op de verbetering van de mond van de buitenhaven te Terneuzen en het uitvoeren van de werken die, op grond van dit onderzoek, de invaartmogelijkheden verbeteren;
c) het opruimen van de dukdalven nrs. 7, 9 en 11 in de buitenhaven te Terneuzen;
d) het doen van onderzoek gericht op de verbetering van de invaartmogelijkheden bij de Westsluis te Terneuzen en het uitvoeren van de werken die, op grond van dit onderzoek, bijdragen tot de verbetering van de invaart; het uitvoeren van werken aan de westzijde van de sluis die op grond van de na de uitvoering van de werken aan de oostzijde opgedane ervaring van de invaartmogelijkheden noodzakelijk blijken;
e) het doen van een onderzoek naar de verbetering van de scheepvaart bij de bruggen van Sluiskil en Sas van Gent en het uitvoeren van de werken die, op grond van dit onderzoek, noodzakelijk blijken;
f) het tot stand brengen van bijkomende werken en voorzieningen van tijdelijke of blijvende aard welke noodzakelijk of wenselijk blijken in verband met of als gevolg van de uitvoering van de bovenbedoelde werken ten behoeve van een economisch gebruik daarvan en ter aanpassing van de bestaande toestand aan de nieuwe werken.
2. De in het eerste lid bedoelde werken worden in beginsel voor 1 januari 1988 tot uitvoering gebracht.
a) het opstellen van twee lichtenlijnen te Sluiskil en Sas van Gent;
b) het doen van onderzoek gericht op de verbetering van de mond van de buitenhaven te Terneuzen en het uitvoeren van de werken die, op grond van dit onderzoek, de invaartmogelijkheden verbeteren;
c) het opruimen van de dukdalven nrs. 7, 9 en 11 in de buitenhaven te Terneuzen;
d) het doen van onderzoek gericht op de verbetering van de invaartmogelijkheden bij de Westsluis te Terneuzen en het uitvoeren van de werken die, op grond van dit onderzoek, bijdragen tot de verbetering van de invaart; het uitvoeren van werken aan de westzijde van de sluis die op grond van de na de uitvoering van de werken aan de oostzijde opgedane ervaring van de invaartmogelijkheden noodzakelijk blijken;
e) het doen van een onderzoek naar de verbetering van de scheepvaart bij de bruggen van Sluiskil en Sas van Gent en het uitvoeren van de werken die, op grond van dit onderzoek, noodzakelijk blijken;
f) het tot stand brengen van bijkomende werken en voorzieningen van tijdelijke of blijvende aard welke noodzakelijk of wenselijk blijken in verband met of als gevolg van de uitvoering van de bovenbedoelde werken ten behoeve van een economisch gebruik daarvan en ter aanpassing van de bestaande toestand aan de nieuwe werken.
2. De in het eerste lid bedoelde werken worden in beginsel voor 1 januari 1988 tot uitvoering gebracht.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002557
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl