BWBV0002236
Geldig vanaf 01-10-1991
Artikel VII
Overeenkomst inzake de bescherming van zeehonden in de Waddenzee
1. De Partijen nemen passende maatregelen tot het behoud van de leefgebieden.
Zij houden terdege rekening met de noodzaak een netwerk van beschermde gebieden te ontwikkelen en te behouden, waaronder ook de trekgebieden binnen het gebied waarop de Overeenkomst van toepassing is, en verzekeren het behoud van gebieden die van wezenlijk belang zijn voor de instandhouding van de essentiële biologische functies van zeehonden.
2. De Partijen beschermen de aanwezige gebieden en zeehonden tegen overmatige verstoringen of veranderingen die direct of indirect voortvloeien uit menselijke activiteiten.
3. De Partijen dragen zorg voor het behoud van leefgebieden tegen schadelijke gevolgen die voortvloeien uit activiteiten die plaatsvinden buiten het gebied waarop de Overeenkomst van toepassing is.
4. De Partijen onderzoeken de mogelijkheid om aangetaste leefgebieden te herstellen en nieuwe gebieden te ontwikkelen.
Zij houden terdege rekening met de noodzaak een netwerk van beschermde gebieden te ontwikkelen en te behouden, waaronder ook de trekgebieden binnen het gebied waarop de Overeenkomst van toepassing is, en verzekeren het behoud van gebieden die van wezenlijk belang zijn voor de instandhouding van de essentiële biologische functies van zeehonden.
2. De Partijen beschermen de aanwezige gebieden en zeehonden tegen overmatige verstoringen of veranderingen die direct of indirect voortvloeien uit menselijke activiteiten.
3. De Partijen dragen zorg voor het behoud van leefgebieden tegen schadelijke gevolgen die voortvloeien uit activiteiten die plaatsvinden buiten het gebied waarop de Overeenkomst van toepassing is.
4. De Partijen onderzoeken de mogelijkheid om aangetaste leefgebieden te herstellen en nieuwe gebieden te ontwikkelen.
- Citeren als
- Art. VII
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002236
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl