BWBV0002167
Geldig vanaf 27-09-1987
Artikel 5
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
1. Voordelen, daaronder begrepen inkomsten uit werkzaamheden anders dan in dienstbetrekking, verkregen door een inwoner van een Staat zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij hij in de andere Staat zijn bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting.
2. Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden, indien een inwoner van een Staat in de andere Staat zijn bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die hij geacht zou kunnen worden te behalen, indien hij een zelfstandige persoon zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk zou handelen met de inwoner waarvan hij een vaste inrichting is.
3. Bij het bepalen van de voordelen verkregen door middel van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten - daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten - die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders.
4. Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend op grond van:
a) de enkele aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de inwoner waarvan zij een vaste inrichting is, of
b) de werkzaamheden genoemd in artikel 4, vierde lid.
5. In geval van voordelen uit werkzaamheden van toezichthoudende aard, leveringen, installatie- of constructiewerkzaamheden is slechts zoveel hiervan toe te rekenen aan een vaste inrichting als volgt uit het werkelijk door die vaste inrichting verrichten van deze werkzaamheden. Dienovereenkomstig worden voordelen uit de leveringen van goederen aan die vaste inrichting door het hoofdkantoor, een andere vaste inrichting of een derde persoon, al of niet in samenhang met deze werkzaamheden, niet toegerekend aan die vaste inrichting.
6. Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken.
7. Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel.
2. Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden, indien een inwoner van een Staat in de andere Staat zijn bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die hij geacht zou kunnen worden te behalen, indien hij een zelfstandige persoon zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk zou handelen met de inwoner waarvan hij een vaste inrichting is.
3. Bij het bepalen van de voordelen verkregen door middel van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten - daaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten - die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waar de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders.
4. Geen voordelen worden aan een vaste inrichting toegerekend op grond van:
a) de enkele aankoop door die vaste inrichting van goederen of koopwaar voor de inwoner waarvan zij een vaste inrichting is, of
b) de werkzaamheden genoemd in artikel 4, vierde lid.
5. In geval van voordelen uit werkzaamheden van toezichthoudende aard, leveringen, installatie- of constructiewerkzaamheden is slechts zoveel hiervan toe te rekenen aan een vaste inrichting als volgt uit het werkelijk door die vaste inrichting verrichten van deze werkzaamheden. Dienovereenkomstig worden voordelen uit de leveringen van goederen aan die vaste inrichting door het hoofdkantoor, een andere vaste inrichting of een derde persoon, al of niet in samenhang met deze werkzaamheden, niet toegerekend aan die vaste inrichting.
6. Voor de toepassing van de voorgaande leden worden de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen van jaar tot jaar volgens dezelfde methode bepaald, tenzij er een goede en genoegzame reden bestaat hiervan af te wijken.
7. Indien in de voordelen bestanddelen zijn begrepen die afzonderlijk in andere artikelen van deze Overeenkomst worden behandeld, worden de bepalingen van die artikelen niet aangetast door de bepalingen van dit artikel.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0002167
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl