BWBV0001973
Geldig vanaf 10-01-1996
Artikel 3
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake luchtdiensten tussen en via de Nederlandse Antillen en Suriname
1. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij maximaal twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en de eerder aangewezen luchtvaartmaatschappijen te vervangen door andere luchtvaartmaatschappijen
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft daarnaast het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij maximaal twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van geregelde vrachtdiensten.
3. Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent de andere Partij, met inachtneming van het bepaalde in het vierde en vijfde lid van dit artikel, zonder uitstel de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen.
4. De luchtvaartautoriteiten van de andere Partij kunnen verlangen dat een door de ene Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te hunnen genoegen aantoont dat zij voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn voorgeschreven krachtens de wetten en voorschriften, die gewoonlijk en redelijkerwijs door zodanige autoriteiten worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
5. Elke Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel genoemde exploitatievergunning te weigeren of daaraan die voorwaarden te verbinden, die zij noodzakelijk acht in die gevallen waarin niet naar haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij onderdanen, die ingezetenen zijn van die Partij of van beide.
2. Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft daarnaast het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Overeenkomstsluitende Partij maximaal twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van geregelde vrachtdiensten.
3. Na ontvangst van bedoelde kennisgeving verleent de andere Partij, met inachtneming van het bepaalde in het vierde en vijfde lid van dit artikel, zonder uitstel de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen.
4. De luchtvaartautoriteiten van de andere Partij kunnen verlangen dat een door de ene Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te hunnen genoegen aantoont dat zij voldoet aan de voorwaarden zoals die zijn voorgeschreven krachtens de wetten en voorschriften, die gewoonlijk en redelijkerwijs door zodanige autoriteiten worden toegepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
5. Elke Partij heeft het recht de in het tweede lid van dit artikel genoemde exploitatievergunning te weigeren of daaraan die voorwaarden te verbinden, die zij noodzakelijk acht in die gevallen waarin niet naar haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, of bij onderdanen, die ingezetenen zijn van die Partij of van beide.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001973
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl