BWBV0001843
Geldig vanaf 20-10-2005
Artikel 5
Briefwisseling houdende een overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van de Nederlandse Antillen, en het Koninkrijk België betreffende automatische gegevensuitwisseling inzake inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling
1. Indien de uiteindelijk gerechtigde van de rente woonachtig is in een andere overeenkomstsluitende staat dan die waar de uitbetalende instantie is gevestigd, heft de andere overeenkomstsluitende staat gedurende de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde overgangsperiode bronbelasting, gedurende de eerste drie jaar van de overgangsperiode tegen een tarief van 15%, gedurende de volgende drie jaar tegen een tarief van 20%, en daarna tegen een tarief van 35%. Gedurende deze periode zijn de overeenkomstsluitende staten niet gehouden de bepalingen van artikel 4 toe te passen.
2. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn.
3. Het opleggen van bronbelasting door een overeenkomstsluitende staat belet de andere overeenkomstsluitende staat niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht van die andere staat.
4. Tijdens de overgangsperiode kan een overeenkomstsluitende staat bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in de andere overeenkomstsluitende partij gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heft hij de bronbelasting op die rente, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2.
5. Aan het einde van de overgangsperiode zal de overeenkomstsluitende staten worden gevraagd de bepalingen van artikel 4 toe te passen en zullen zij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen. Als een overeenkomstsluitende staat er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, zal hij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen.
2. De uitbetalende instantie houdt de bronbelasting in op de wijze als omschreven in artikel 11, leden 2 en 3, van de richtlijn.
3. Het opleggen van bronbelasting door een overeenkomstsluitende staat belet de andere overeenkomstsluitende staat niet de inkomsten te belasten overeenkomstig het nationale recht van die andere staat.
4. Tijdens de overgangsperiode kan een overeenkomstsluitende staat bepalen dat een marktdeelnemer die rente uitbetaalt of een rentebetaling bewerkstelligt voor een in de andere overeenkomstsluitende partij gevestigde entiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, van de richtlijn, wordt aangemerkt als de uitbetalende instantie in plaats van de entiteit, en heft hij de bronbelasting op die rente, tenzij de entiteit formeel heeft aanvaard dat haar naam en adres alsmede het totale bedrag van de rentebetaling die aan haar is verricht of voor haar is bewerkstelligd, worden meegedeeld overeenkomstig de laatste alinea van artikel 4, lid 2.
5. Aan het einde van de overgangsperiode zal de overeenkomstsluitende staten worden gevraagd de bepalingen van artikel 4 toe te passen en zullen zij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen. Als een overeenkomstsluitende staat er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van artikel 4 toe te passen, zal hij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 5 en 6 toepassen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001843
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl