BWBV0001757
Geldig vanaf 22-06-2006
Artikel 6
Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Peru houdende een verdrag inzake betaalde arbeid ten behoeve van afhankelijke gezinsleden van het diplomatiek, consulair, administratief, technisch en ondersteunend personeel van de diplomatieke en consulaire missies
Indien een afhankelijk gezinslid strafrechtelijke immuniteit geniet krachtens de verdragen van Wenen inzake diplomatieke of consulaire betrekkingen of enig ander toepasselijk verdrag, en beschuldigd wordt van het plegen van een delict dat verband houdt met de uitoefening van betaalde arbeid, kan de accrediterende Staat afzien van de immuniteit van genoemd afhankelijk gezinslid voor strafrechtelijke jurisdictie van de ontvangende Staat, behalve indien de accrediterende Staat van mening is dat het afzien van immuniteit in strijd is met zijn belangen.
Het afzien van de immuniteit voor strafrechtelijk optreden wordt niet geacht zich uit te strekken tot het ondergaan van de uitvoering van het vonnis, waarvoor een bijzondere beslissing tot afzien van de immuniteit vereist is. In dat geval neemt de accrediterende Staat het schriftelijk verzoek van de ontvangende Staat, waarin gevraagd wordt ook van laatstbedoelde immuniteit afstand te doen, in ernstige overweging.
Het afzien van de immuniteit voor strafrechtelijk optreden wordt niet geacht zich uit te strekken tot het ondergaan van de uitvoering van het vonnis, waarvoor een bijzondere beslissing tot afzien van de immuniteit vereist is. In dat geval neemt de accrediterende Staat het schriftelijk verzoek van de ontvangende Staat, waarin gevraagd wordt ook van laatstbedoelde immuniteit afstand te doen, in ernstige overweging.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001757
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl