BWBV0001698
Geldig vanaf 01-04-2014
Artikel 11
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs
1. Afgestudeerden van een door de Accreditatieorganisatie geaccrediteerde Nederlandse, respectievelijk Vlaamse opleiding in het hoger onderwijs worden geacht over een gelijkwaardig getuigschrift te beschikken als de afgestudeerden van een overeenkomstige Vlaamse, respectievelijk Nederlandse geaccrediteerde opleiding in het hoger onderwijs, met dien verstande dat:
a. Nederlandse bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en Vlaamse professioneel gerichte bacheloropleidingen met elkaar gelijk worden gesteld;
b. Nederlandse bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs en Vlaamse academisch gerichte bacheloropleidingen met elkaar gelijk worden gesteld; en
c. Nederlandse masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs en Vlaamse masteropleidingen met elkaar gelijk worden gesteld.
d. De gelijkstelling de gelijkwaardigheid betreft van het academisch niveau van de opleidingen in Nederland en Vlaanderen en de toepassing van Richtlijn 2005/36/EG, waaronder het opleggen van compenserende maatregelen van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Pb EU 2005, L 255) onverlet laat.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt het Nederlandse kunstonderwijs op het niveau van bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger onderwijs gelijk gesteld met het Vlaamse kunstonderwijs op het niveau van professioneel gerichte bacheloropleidingen dan wel academisch gerichte bachelor-, respectievelijk masteropleidingen.
3. Eventuele aanvullende eisen die gelden voor de toelating tot een geaccrediteerde opleiding, blijven op de afgestudeerden, bedoeld in het eerste lid, op dezelfde wijze van toepassing als voor personen die op een andere wijze toelating tot de opleiding willen verkrijgen.
4. Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op opleidingen waarvan de Accreditatieorganisatie heeft geoordeeld dat ze met positief gevolg de toets nieuwe opleiding hebben ondergaan.
5. De Nederlandse Minister en de Vlaamse Minister zijn belast met de uitvoering van de bovengenoemde gelijkstelling van opleidingen en informeren elkaar binnen het Comité van Ministers. Zij zorgen ook voor een grensoverschrijdende bekendmaking van de Nederlandse respectievelijk Vlaamse lijst van de geaccrediteerde bachelor- en masteropleidingen in Vlaanderen respectievelijk in Nederland.
a. Nederlandse bacheloropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en Vlaamse professioneel gerichte bacheloropleidingen met elkaar gelijk worden gesteld;
b. Nederlandse bacheloropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs en Vlaamse academisch gerichte bacheloropleidingen met elkaar gelijk worden gesteld; en
c. Nederlandse masteropleidingen in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs en Vlaamse masteropleidingen met elkaar gelijk worden gesteld.
d. De gelijkstelling de gelijkwaardigheid betreft van het academisch niveau van de opleidingen in Nederland en Vlaanderen en de toepassing van Richtlijn 2005/36/EG, waaronder het opleggen van compenserende maatregelen van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Pb EU 2005, L 255) onverlet laat.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt het Nederlandse kunstonderwijs op het niveau van bacheloropleidingen en masteropleidingen in het hoger onderwijs gelijk gesteld met het Vlaamse kunstonderwijs op het niveau van professioneel gerichte bacheloropleidingen dan wel academisch gerichte bachelor-, respectievelijk masteropleidingen.
3. Eventuele aanvullende eisen die gelden voor de toelating tot een geaccrediteerde opleiding, blijven op de afgestudeerden, bedoeld in het eerste lid, op dezelfde wijze van toepassing als voor personen die op een andere wijze toelating tot de opleiding willen verkrijgen.
4. Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op opleidingen waarvan de Accreditatieorganisatie heeft geoordeeld dat ze met positief gevolg de toets nieuwe opleiding hebben ondergaan.
5. De Nederlandse Minister en de Vlaamse Minister zijn belast met de uitvoering van de bovengenoemde gelijkstelling van opleidingen en informeren elkaar binnen het Comité van Ministers. Zij zorgen ook voor een grensoverschrijdende bekendmaking van de Nederlandse respectievelijk Vlaamse lijst van de geaccrediteerde bachelor- en masteropleidingen in Vlaanderen respectievelijk in Nederland.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001698
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl