Artikel 26
Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie
a. met betrekking tot artikel 205, lid 2, van het EG-Verdrag en artikel 118, lid 2, van het Euratom-Verdrag: Voor de besluiten van de Raad waarvoor een gekwalificeerde meerderheid vereist is, worden de stemmen van zijn leden als volgt gewogen:
b. met betrekking tot artikel 205, lid 2, tweede en derde alinea, van het EG-Verdrag en artikel 118, lid 2, van het Euratom-Verdrag: De besluiten komen tot stand wanneer zij ten minste: – 88 stemmen hebben verkregen, ingeval zij krachtens dit Verdrag moeten worden genomen op voorstel van de Commissie,
– 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen, in de overige gevallen.
– 88 stemmen hebben verkregen, ingeval zij krachtens dit Verdrag moeten worden genomen op voorstel van de Commissie,
– 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen, in de overige gevallen.
c. met betrekking tot artikel 23, lid 2, derde alinea, tweede zin, van het EU-Verdrag: De besluiten komen tot stand wanneer zij ten minste 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen.
d. met betrekking tot artikel 34, lid 3, van het EU-Verdrag: Ingeval voor de besluiten van de Raad een gekwalificeerde meerderheid van stemmen is vereist, worden de stemmen van de leden gewogen overeenkomstig artikel 205, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en komen de besluiten tot stand wanneer zij ten minste 88 stemmen hebben verkregen, waarbij ten minste twee derde van de leden voorstemmen.
2. Ingeval minder dan tien nieuwe lidstaten toetreden tot de Unie, wordt de drempel voor de gekwalificeerde meerderheid tot en met 31 oktober 2004 bij besluit van de Raad zo dicht mogelijk bij 71,26% van het totale aantal stemmen vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 26
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001642
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl