BWBV0001585
Geldig vanaf 29-05-2004
Artikel 5
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg en de Federale Regering van de Federale Republiek Joegoslavië betreffende de terug- en overname van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Staat
(1). De bevoegde instantie van de aangezochte Partij stelt de bevoegde instantie van de verzoekende Partij binnen tien (10) werkdagen in kennis van het antwoord op het verzoek om terugname.
(2). Na ontvangst van een positief antwoord op het verzoek om terugname verzoekt de bevoegde instantie van de verzoekende Partij bij de diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij om afgifte van het laissez-passer ten behoeve van de terugkerende persoon. Het laissez-passer wordt onverwijld en uiterlijk binnen drie (3) werkdagen afgegeven.
(3). Indien de bevoegde instantie het verzoek niet binnen de in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn kan beantwoorden, stelt deze de bevoegde instantie van de verzoekende Partij onder opgave van de redenen onverwijld daarvan in kennis. Na het wegvallen van die redenen verschaft de bevoegde instantie van de aangezochte Partij onverwijld en uiterlijk binnen tien (10) werkdagen het antwoord op het verzoek.
(4). Het negatieve antwoord op het verzoek dient met redenen te worden omkleed.
(2). Na ontvangst van een positief antwoord op het verzoek om terugname verzoekt de bevoegde instantie van de verzoekende Partij bij de diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij om afgifte van het laissez-passer ten behoeve van de terugkerende persoon. Het laissez-passer wordt onverwijld en uiterlijk binnen drie (3) werkdagen afgegeven.
(3). Indien de bevoegde instantie het verzoek niet binnen de in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn kan beantwoorden, stelt deze de bevoegde instantie van de verzoekende Partij onder opgave van de redenen onverwijld daarvan in kennis. Na het wegvallen van die redenen verschaft de bevoegde instantie van de aangezochte Partij onverwijld en uiterlijk binnen tien (10) werkdagen het antwoord op het verzoek.
(4). Het negatieve antwoord op het verzoek dient met redenen te worden omkleed.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001585
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl