BWBV0001541
Geldig vanaf 22-08-2004
Artikel 2
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Nieuw-Zeeland inzake wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingvorderingen
1. Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, ten behoeve van een Verdragsluitende Staat worden geheven.
2. Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, of naar bestanddelen van het inkomen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende of roerende zaken en belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen.
3. De bestaande belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn:
a. in Nederland: – de inkomstenbelasting,
– de loonbelasting,
– de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Mijnwet continentaal plat 1965,
– de dividendbelasting;
– de inkomstenbelasting,
– de loonbelasting,
– de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Mijnwet continentaal plat 1965,
– de dividendbelasting;
b. in Nieuw-Zeeland: – de inkomstenbelasting (the income tax).
– de inkomstenbelasting (the income tax).
4. Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast, of in plaats van, de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.
2. Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, of naar bestanddelen van het inkomen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van onroerende of roerende zaken en belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen.
3. De bestaande belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn:
a. in Nederland: – de inkomstenbelasting,
– de loonbelasting,
– de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Mijnwet continentaal plat 1965,
– de dividendbelasting;
– de inkomstenbelasting,
– de loonbelasting,
– de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Mijnwet continentaal plat 1965,
– de dividendbelasting;
b. in Nieuw-Zeeland: – de inkomstenbelasting (the income tax).
– de inkomstenbelasting (the income tax).
4. Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast, of in plaats van, de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001541
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl