BWBV0001425
Geldig vanaf 01-05-2001
Artikel 4
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake de overbrenging van gevonniste personen
De overbrenging van een gevonniste persoon wordt geweigerd:
a. indien de aangezochte Staat van oordeel is dat de overbrenging zou kunnen leiden tot een aantasting van zijn soevereiniteit, veiligheid, openbare orde, de basisbeginselen van zijn rechtsorde of van zijn wezenlijke belangen;
b. indien de straf volgens de wet van de Staat van tenuitvoerlegging is verjaard;
c. indien de veroordeling die aan het verzoek ten grondslag ligt, is gebaseerd op feiten die in de Staat van tenuitvoerlegging onherroepelijk zijn berecht;
d. indien de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging hebben besloten geen strafvervolging in te stellen of de strafvervolging die zij ter zake van dezelfde feiten hebben ingesteld, te beëindigen;
e. indien de feiten die aan de veroordeling ten grondslag liggen, het voorwerp van strafvervolging zijn in de Staat van tenuitvoerlegging.
a. indien de aangezochte Staat van oordeel is dat de overbrenging zou kunnen leiden tot een aantasting van zijn soevereiniteit, veiligheid, openbare orde, de basisbeginselen van zijn rechtsorde of van zijn wezenlijke belangen;
b. indien de straf volgens de wet van de Staat van tenuitvoerlegging is verjaard;
c. indien de veroordeling die aan het verzoek ten grondslag ligt, is gebaseerd op feiten die in de Staat van tenuitvoerlegging onherroepelijk zijn berecht;
d. indien de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging hebben besloten geen strafvervolging in te stellen of de strafvervolging die zij ter zake van dezelfde feiten hebben ingesteld, te beëindigen;
e. indien de feiten die aan de veroordeling ten grondslag liggen, het voorwerp van strafvervolging zijn in de Staat van tenuitvoerlegging.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001425
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl