BWBV0001407
Geldig vanaf 01-12-2000
Artikel 6
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Litouwen inzake de wederzijdse administratieve bijstand ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving
1. De aangezochte administratie houdt op verzoek toezicht op:
a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;
b. goederen in vervoer ten aanzien waarvan een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van een van beide Verdragsluitende Partijen bestaat;
c. opslagplaatsen waar goederen worden opgeslagen ten aanzien waarvan een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van een van beide Verdragsluitende Partijen bestaat;
d. vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij.
2. Indien het noodzakelijk is personen die betrokken zijn bij ongeoorloofd verkeer te identificeren, geldt dat elk van beide douane-administraties adequate maatregelen neemt binnen de grenzen van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen en alle noodzakelijke medewerking van haar rechterlijke autoriteiten tracht te verkrijgen.
a. personen ten aanzien van wie het de verzoekende administratie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;
b. goederen in vervoer ten aanzien waarvan een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van een van beide Verdragsluitende Partijen bestaat;
c. opslagplaatsen waar goederen worden opgeslagen ten aanzien waarvan een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van een van beide Verdragsluitende Partijen bestaat;
d. vervoermiddelen waarvan de verzoekende administratie vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij.
2. Indien het noodzakelijk is personen die betrokken zijn bij ongeoorloofd verkeer te identificeren, geldt dat elk van beide douane-administraties adequate maatregelen neemt binnen de grenzen van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen en alle noodzakelijke medewerking van haar rechterlijke autoriteiten tracht te verkrijgen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001407
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl