BWBV0001371
Geldig vanaf 01-10-1999
Artikel vijf
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake de bevordering, de aanmoediging en de wederzijdse bescherming van investeringen
1. Elke Verdragsluitende Partij stemt ermee in dat een vordering overeenkomstig de in deze Bijlage uiteengezette procedures aan arbitrage wordt onderworpen.
2. De in het eerste lid genoemde instemming en het aan arbitrage onderwerpen van een vordering door een onderdaan bij het geschil dienen te voldoen aan de eis van:
a. Hoofdstuk II van het ICSID-Verdrag (het Werkterrein van het Centrum) en de Aanvullende Voorziening inzake schriftelijke instemming van de partijen;
b. Artikel II van het Verdrag van New York inzake een schriftelijke overeenkomst;
c. Artikel 1 van het Arbitragereglement van de UNCITRAL: „De partijen bij een contract zijn schriftelijk overeengekomen”.
2. De in het eerste lid genoemde instemming en het aan arbitrage onderwerpen van een vordering door een onderdaan bij het geschil dienen te voldoen aan de eis van:
a. Hoofdstuk II van het ICSID-Verdrag (het Werkterrein van het Centrum) en de Aanvullende Voorziening inzake schriftelijke instemming van de partijen;
b. Artikel II van het Verdrag van New York inzake een schriftelijke overeenkomst;
c. Artikel 1 van het Arbitragereglement van de UNCITRAL: „De partijen bij een contract zijn schriftelijk overeengekomen”.
- Citeren als
- Art. vijf
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001371
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl