BWBV0001319
Geldig vanaf 01-09-2000
Artikel 10
Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de organisatie en de activiteiten van het 1 (Duits/Nederlandse) Legerkorps en het Air Operations Coordination Center
1. De volgende functies worden door Verdragsluitende Partijen bij toerbeurt vervuld:
– Commandant van het Korps
– Plaatsvervangend Commandant van het Korps
– Chef-Staf
– Hoofd van de Sectie G3 en zijn plaatsvervanger
– Commandant van de Command Support Group (CSG) en zijn plaatsvervanger
– Hoofd van de Sectie Pers en Informatie, alsmede zijn plaatsvervanger.
2. De volgende functies worden niet bezet door personeel van dezelfde Verdragsluitende Partij:
– Commandant van het Korps en Plaatsvervangend Commandant van het Korps
– Commandant van het Korps en Chef-Staf
– Chef-Staf en Hoofd van de Sectie G3
– Hoofd van de Sectie G3 en zijn plaatsvervangend
– Hoofd van de Sectie G3 en Commandant van de Command Support Group
– Commandant van de Command Support Group en zijn plaatsvervanger
– Hoofd van de Sectie Pers en Informatie, alsmede zijn plaatsvervanger.
Deze regel geldt niet voor overgangsperiodes die nodig kunnen zijn om te voorkomen dat in beide functies tegelijkertijd een wisseling plaatsvindt.
Dergelijke overgangsperiodes mogen niet langer zijn dan drie maanden; voor afwijking daarvan is wederzijdse overeenstemming nodig.
3. Het Hoofd van de Sectie Pers en Informatie is afkomstig van dezelfde krijgsmacht als de Commandant van het Korps.
4. De voorwaarden voor plaatsing op de roulerende posten worden in gezamenlijk overleg bepaald door het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden. De bijzonderheden met betrekking tot de roulatie worden bepaald door de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.
5. De verdeling van de bevelvoerende functies en hoge staffuncties tussen de Verdragsluitende Partijen is opgenomen in bijlage C.
– Commandant van het Korps
– Plaatsvervangend Commandant van het Korps
– Chef-Staf
– Hoofd van de Sectie G3 en zijn plaatsvervanger
– Commandant van de Command Support Group (CSG) en zijn plaatsvervanger
– Hoofd van de Sectie Pers en Informatie, alsmede zijn plaatsvervanger.
2. De volgende functies worden niet bezet door personeel van dezelfde Verdragsluitende Partij:
– Commandant van het Korps en Plaatsvervangend Commandant van het Korps
– Commandant van het Korps en Chef-Staf
– Chef-Staf en Hoofd van de Sectie G3
– Hoofd van de Sectie G3 en zijn plaatsvervangend
– Hoofd van de Sectie G3 en Commandant van de Command Support Group
– Commandant van de Command Support Group en zijn plaatsvervanger
– Hoofd van de Sectie Pers en Informatie, alsmede zijn plaatsvervanger.
Deze regel geldt niet voor overgangsperiodes die nodig kunnen zijn om te voorkomen dat in beide functies tegelijkertijd een wisseling plaatsvindt.
Dergelijke overgangsperiodes mogen niet langer zijn dan drie maanden; voor afwijking daarvan is wederzijdse overeenstemming nodig.
3. Het Hoofd van de Sectie Pers en Informatie is afkomstig van dezelfde krijgsmacht als de Commandant van het Korps.
4. De voorwaarden voor plaatsing op de roulerende posten worden in gezamenlijk overleg bepaald door het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden. De bijzonderheden met betrekking tot de roulatie worden bepaald door de Inspekteur des Heeres en de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.
5. De verdeling van de bevelvoerende functies en hoge staffuncties tussen de Verdragsluitende Partijen is opgenomen in bijlage C.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001319
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl