BWBV0001056
Geldig vanaf 01-12-1992
Artikel 13
Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Polen inzake de binnenvaart
1. De bemanningsleden van de schepen van beide Partijen hebben voor de grensoverschrijding een reisdocument nodig, alsmede een verblijfstitel, voor zover deze is vereist.
2. Op passagiers- en goederenschepen kunnen samen met de bemanningsleden ook hun echtgenoten en kinderen in- en uitreizen, indien zij in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten. Kinderen beneden de zestien jaar die in het reisdocument van een van hun ouders zijn bijgeschreven kunnen, ook wanneer zij niet in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten, samen met de bemanningsleden reizen.
3. Alle in het eerste en tweede lid genoemde personen aan boord moeten worden ingeschreven in een lijst van opvarenden.
4. Beide Partijen wisselen modellen uit van de in het eerste lid bedoelde documenten.
2. Op passagiers- en goederenschepen kunnen samen met de bemanningsleden ook hun echtgenoten en kinderen in- en uitreizen, indien zij in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten. Kinderen beneden de zestien jaar die in het reisdocument van een van hun ouders zijn bijgeschreven kunnen, ook wanneer zij niet in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten, samen met de bemanningsleden reizen.
3. Alle in het eerste en tweede lid genoemde personen aan boord moeten worden ingeschreven in een lijst van opvarenden.
4. Beide Partijen wisselen modellen uit van de in het eerste lid bedoelde documenten.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001056
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl