BWBV0001044
Geldig vanaf 01-06-1991
Artikel 1
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
1. De Verdragsluitende Partijen verlenen elkander in overeenstemming met dit Verdrag rechtshulp ten behoeve van de opsporing en vervolging in strafzaken.
2. Deze rechtshulp bestaat uit:
(a) het afnemen van getuigenverklaringen onder ede of belofte;
(b) het verstrekken van processtukken en andere bescheiden;
(c) het opsporen van de verblijfplaats en het identificeren van personen;
(d) het ten uitvoer leggen van verzoeken om huiszoeking en inbeslagneming;
(e) het verkrijgen van de beschikking over gedetineerden om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan het onderzoek;
(f) het verkrijgen van de beschikking over andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan een onderzoek;
(g) het betekenen van stukken;
(h) maatregelen om de baten van strafbare feiten op te sporen, daarop beslag te leggen en deze verbeurd te verklaren; en
(i) andere rechtshulp die strookt met de doelstellingen van dit Verdrag en welke niet in strijd is met het recht van de aangezochte Staat.
3. Deze rechtshulp omvat niet:
(a) de inverzekeringstelling of bewaring van personen met het oog op uitlevering;
(b) de tenuitvoerlegging in de aangezochte Staat van in de verzoekende Staat uitgesproken strafvonnissen, behalve voor zover zulks is toegestaan krachtens de wet van de aangezochte Staat en dit Verdrag; en
(c) de overbrenging van gedetineerden voor de tenuitvoerlegging van vonnissen.
2. Deze rechtshulp bestaat uit:
(a) het afnemen van getuigenverklaringen onder ede of belofte;
(b) het verstrekken van processtukken en andere bescheiden;
(c) het opsporen van de verblijfplaats en het identificeren van personen;
(d) het ten uitvoer leggen van verzoeken om huiszoeking en inbeslagneming;
(e) het verkrijgen van de beschikking over gedetineerden om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan het onderzoek;
(f) het verkrijgen van de beschikking over andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan een onderzoek;
(g) het betekenen van stukken;
(h) maatregelen om de baten van strafbare feiten op te sporen, daarop beslag te leggen en deze verbeurd te verklaren; en
(i) andere rechtshulp die strookt met de doelstellingen van dit Verdrag en welke niet in strijd is met het recht van de aangezochte Staat.
3. Deze rechtshulp omvat niet:
(a) de inverzekeringstelling of bewaring van personen met het oog op uitlevering;
(b) de tenuitvoerlegging in de aangezochte Staat van in de verzoekende Staat uitgesproken strafvonnissen, behalve voor zover zulks is toegestaan krachtens de wet van de aangezochte Staat en dit Verdrag; en
(c) de overbrenging van gedetineerden voor de tenuitvoerlegging van vonnissen.
- Citeren als
- Art. 1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001044
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl