BWBV0001032
Geldig vanaf 01-02-2010
Artikel 14
Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika
1. Indien de aangezochte Staat van de verzoekende Staat en van een adere Staat of andere Staten een verzoek tot uitlevering van dezelfde persoon ontvangt, hetzij voor hetzelfde feit hetzij voor andere feiten, beslist de uitvoerende autoriteit van de aangezochte Staat of en aan welke Staat betrokkene wordt overgeleverd.
2. Indien het Koninkrijk der Nederlanden voor dezelfde persoon een verzoek tot uitlevering van de Verenigde Staten van Amerika en een verzoek tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel ontvangt, beslist zijn uitvoerende autoriteit of en aan welke Staat betrokkene wordt overgeleverd.
3. Bij zijn beslissing krachtens het eerste en tweede lid van dit artikel houdt de aangezochte Staat rekening met alle relevante factoren waaronder, zij het niet uitsluitend:
a. of de verzoeken krachtens een verdrag zijn gedaan;
b. de plaats waar elk van de strafbare feiten is begaan;
c. de onderscheiden belangen van de verzoekende Staten;
d. de ernst van de strafbare feiten;
e. de nationaliteit van het slachtoffer;
f. de mogelijkheid van latere uitlevering tussen de verzoekende Staten; en
g. de volgorde waarin de verzoeken van de verzoekende Staten zijn ontvangen.
2. Indien het Koninkrijk der Nederlanden voor dezelfde persoon een verzoek tot uitlevering van de Verenigde Staten van Amerika en een verzoek tot overlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel ontvangt, beslist zijn uitvoerende autoriteit of en aan welke Staat betrokkene wordt overgeleverd.
3. Bij zijn beslissing krachtens het eerste en tweede lid van dit artikel houdt de aangezochte Staat rekening met alle relevante factoren waaronder, zij het niet uitsluitend:
a. of de verzoeken krachtens een verdrag zijn gedaan;
b. de plaats waar elk van de strafbare feiten is begaan;
c. de onderscheiden belangen van de verzoekende Staten;
d. de ernst van de strafbare feiten;
e. de nationaliteit van het slachtoffer;
f. de mogelijkheid van latere uitlevering tussen de verzoekende Staten; en
g. de volgorde waarin de verzoeken van de verzoekende Staten zijn ontvangen.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001032
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl