BWBV0001006
Geldig vanaf 11-12-1967
Artikel 14
Verdrag aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden
1. Behoudens in de gevallen, bedoeld in lid 1, onderb en c , van artikel 13, heeft de verzoekende Partij de toestemming van de aangezochte Partij nodig om de persoon, die haar overgedragen is, en die gezocht wordt door een Staat die geen Partij is bij dit verdrag terzake van strafbare feiten gepleegd vóór de overdracht, aan die Staat uit te leveren. De aangezochte Partij zal de overlegging van de stukken, bedoeld in artikel 11, lid 2, kunnen eisen.
2. Indien het gaat om een andere Hoge Verdragsluitende Partij is die toestemming niet vereist.
2. Indien het gaat om een andere Hoge Verdragsluitende Partij is die toestemming niet vereist.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBV0001006
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl