BWBR0053125
Geldig vanaf 24-09-2026
Artikel 10
Subsidieregeling mannenalliantie tegen gendergerelateerdgeweld en femicide 2027–2031
1. Het plan van aanpak voldoet aan de beoordelingscriteria die zijn opgenomen in bijlage 1 en bevat ten minste een gedetailleerde uitwerking van de volgende activiteiten:
a. Het uitvoeren van offline en online bewustwordings- en gedragsinterventies, gericht op: 1°. het herkennen, bevragen en bespreekbaar maken van gendernormen, stereotypen en opvattingen die bijdragen aan het ontstaan en voortduren van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen;
2°. het bevorderen van alternatieve positieve opvattingen over gender, gelijkwaardigheid en gezonde relaties; en
3°. het bevorderen van duurzame gedragsverandering, zowel offline als online met aandacht voor subculturen, waarin schadelijke gendernormen worden verspreid.
1°. het herkennen, bevragen en bespreekbaar maken van gendernormen, stereotypen en opvattingen die bijdragen aan het ontstaan en voortduren van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen;
2°. het bevorderen van alternatieve positieve opvattingen over gender, gelijkwaardigheid en gezonde relaties; en
3°. het bevorderen van duurzame gedragsverandering, zowel offline als online met aandacht voor subculturen, waarin schadelijke gendernormen worden verspreid.
b. Het uitvoeren van offline en online interventies en trainingen t.a.v. handelingsperspectief voor omstanders en potentiële plegers, gericht op: 1°. het herkennen van en ingrijpen bij seksisme en schadelijke gendernormen.
2°. het tijdig herkennen van en ingrijpen bij signalen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, waaronder rode vlaggen voor femicide;
3°. het zoeken van hulp en ondersteuning wanneer mannen de signalen onder 2° bij zichzelf of anderen herkennen.
1°. het herkennen van en ingrijpen bij seksisme en schadelijke gendernormen.
2°. het tijdig herkennen van en ingrijpen bij signalen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, waaronder rode vlaggen voor femicide;
3°. het zoeken van hulp en ondersteuning wanneer mannen de signalen onder 2° bij zichzelf of anderen herkennen.
c. Het gendertransformatief maken van pleger- en systeeminterventies en deskundigheidsbevordering, door middel van: 1°. het analyseren in hoeverre ten minste vijf reeds bestaande pleger- en systeeminterventies genderongelijkheid als grondoorzaak van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen adresseren;
2°. het adviseren over het gendertransformatief vormgeven van de interventies, en over het in lijn brengen van de interventies met de ‘European Standards for Perpetrator Programmes’ gepubliceerd door ‘The European Network for the Work with Perpetrators of Domestic Violence’ en de ‘Guidance for safe and effective perpetrator programmes’ gepubliceerd door de Raad van Europa,
3°. het trainen van de uitvoerders van de interventies zoals beschreven onder 1 en 2, om dit te doen op een gendertransformatieve manier en met bewustzijn van eigen vooroordelen en de invloed daarvan op hun werk.
1°. het analyseren in hoeverre ten minste vijf reeds bestaande pleger- en systeeminterventies genderongelijkheid als grondoorzaak van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen adresseren;
2°. het adviseren over het gendertransformatief vormgeven van de interventies, en over het in lijn brengen van de interventies met de ‘European Standards for Perpetrator Programmes’ gepubliceerd door ‘The European Network for the Work with Perpetrators of Domestic Violence’ en de ‘Guidance for safe and effective perpetrator programmes’ gepubliceerd door de Raad van Europa,
3°. het trainen van de uitvoerders van de interventies zoals beschreven onder 1 en 2, om dit te doen op een gendertransformatieve manier en met bewustzijn van eigen vooroordelen en de invloed daarvan op hun werk.
d. Het leveren van een overzicht van kennisontwikkeling en aanbevelingen na twee en na vier jaar, waarbij het overzicht ten minste bevat: 1°. een overzicht van de opgedane kennis over de wijze waarop mannen offline en online op een effectieve manier kunnen bijdragen aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide;
2°. aanbevelingen voor gemeenten, de landelijke overheid, organisaties en andere relevante betrokkenen over het effectief en structureel vormgeven van een offline en online aanpak gericht op de rol van mannen in het voorkomen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide.
1°. een overzicht van de opgedane kennis over de wijze waarop mannen offline en online op een effectieve manier kunnen bijdragen aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide;
2°. aanbevelingen voor gemeenten, de landelijke overheid, organisaties en andere relevante betrokkenen over het effectief en structureel vormgeven van een offline en online aanpak gericht op de rol van mannen in het voorkomen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide.
2. Het plan van aanpak bevat ook de volgende onderdelen:
a. een gedetailleerde beschrijving van de manier waarop de activiteiten bijdragen aan het subsidiedoel;
b. een activiteitenplanning met daarin de start- en einddatum van het project en een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten in de projectperiode waarin in ieder geval fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en eindresultaten worden opgenomen.
3. Voor de eerste twee jaren wordt de activiteitenplanning in de aanvraag uitgewerkt op detailniveau, en voor de laatste twee jaar op hoofdlijnen, als beschreven in artikel 17, tweede en derde lid.
a. Het uitvoeren van offline en online bewustwordings- en gedragsinterventies, gericht op: 1°. het herkennen, bevragen en bespreekbaar maken van gendernormen, stereotypen en opvattingen die bijdragen aan het ontstaan en voortduren van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen;
2°. het bevorderen van alternatieve positieve opvattingen over gender, gelijkwaardigheid en gezonde relaties; en
3°. het bevorderen van duurzame gedragsverandering, zowel offline als online met aandacht voor subculturen, waarin schadelijke gendernormen worden verspreid.
1°. het herkennen, bevragen en bespreekbaar maken van gendernormen, stereotypen en opvattingen die bijdragen aan het ontstaan en voortduren van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen;
2°. het bevorderen van alternatieve positieve opvattingen over gender, gelijkwaardigheid en gezonde relaties; en
3°. het bevorderen van duurzame gedragsverandering, zowel offline als online met aandacht voor subculturen, waarin schadelijke gendernormen worden verspreid.
b. Het uitvoeren van offline en online interventies en trainingen t.a.v. handelingsperspectief voor omstanders en potentiële plegers, gericht op: 1°. het herkennen van en ingrijpen bij seksisme en schadelijke gendernormen.
2°. het tijdig herkennen van en ingrijpen bij signalen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, waaronder rode vlaggen voor femicide;
3°. het zoeken van hulp en ondersteuning wanneer mannen de signalen onder 2° bij zichzelf of anderen herkennen.
1°. het herkennen van en ingrijpen bij seksisme en schadelijke gendernormen.
2°. het tijdig herkennen van en ingrijpen bij signalen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, waaronder rode vlaggen voor femicide;
3°. het zoeken van hulp en ondersteuning wanneer mannen de signalen onder 2° bij zichzelf of anderen herkennen.
c. Het gendertransformatief maken van pleger- en systeeminterventies en deskundigheidsbevordering, door middel van: 1°. het analyseren in hoeverre ten minste vijf reeds bestaande pleger- en systeeminterventies genderongelijkheid als grondoorzaak van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen adresseren;
2°. het adviseren over het gendertransformatief vormgeven van de interventies, en over het in lijn brengen van de interventies met de ‘European Standards for Perpetrator Programmes’ gepubliceerd door ‘The European Network for the Work with Perpetrators of Domestic Violence’ en de ‘Guidance for safe and effective perpetrator programmes’ gepubliceerd door de Raad van Europa,
3°. het trainen van de uitvoerders van de interventies zoals beschreven onder 1 en 2, om dit te doen op een gendertransformatieve manier en met bewustzijn van eigen vooroordelen en de invloed daarvan op hun werk.
1°. het analyseren in hoeverre ten minste vijf reeds bestaande pleger- en systeeminterventies genderongelijkheid als grondoorzaak van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen adresseren;
2°. het adviseren over het gendertransformatief vormgeven van de interventies, en over het in lijn brengen van de interventies met de ‘European Standards for Perpetrator Programmes’ gepubliceerd door ‘The European Network for the Work with Perpetrators of Domestic Violence’ en de ‘Guidance for safe and effective perpetrator programmes’ gepubliceerd door de Raad van Europa,
3°. het trainen van de uitvoerders van de interventies zoals beschreven onder 1 en 2, om dit te doen op een gendertransformatieve manier en met bewustzijn van eigen vooroordelen en de invloed daarvan op hun werk.
d. Het leveren van een overzicht van kennisontwikkeling en aanbevelingen na twee en na vier jaar, waarbij het overzicht ten minste bevat: 1°. een overzicht van de opgedane kennis over de wijze waarop mannen offline en online op een effectieve manier kunnen bijdragen aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide;
2°. aanbevelingen voor gemeenten, de landelijke overheid, organisaties en andere relevante betrokkenen over het effectief en structureel vormgeven van een offline en online aanpak gericht op de rol van mannen in het voorkomen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide.
1°. een overzicht van de opgedane kennis over de wijze waarop mannen offline en online op een effectieve manier kunnen bijdragen aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide;
2°. aanbevelingen voor gemeenten, de landelijke overheid, organisaties en andere relevante betrokkenen over het effectief en structureel vormgeven van een offline en online aanpak gericht op de rol van mannen in het voorkomen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, en in het bijzonder femicide.
2. Het plan van aanpak bevat ook de volgende onderdelen:
a. een gedetailleerde beschrijving van de manier waarop de activiteiten bijdragen aan het subsidiedoel;
b. een activiteitenplanning met daarin de start- en einddatum van het project en een uitgewerkt overzicht van realiseerbare activiteiten in de projectperiode waarin in ieder geval fasering, mijlpalen en beoogde tussentijdse resultaten en eindresultaten worden opgenomen.
3. Voor de eerste twee jaren wordt de activiteitenplanning in de aanvraag uitgewerkt op detailniveau, en voor de laatste twee jaar op hoofdlijnen, als beschreven in artikel 17, tweede en derde lid.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053125
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl