BWBR0053071
Geldig vanaf 02-09-2026
Artikel 3
Regeling tegemoetkoming AOW-hiaat Defensie
1. De belanghebbende heeft vanaf de leeftijd van 65 jaar tot het bereiken van diens geldende AOW-leeftijd aanspraak op de tegemoetkoming AOW-hiaat.
2. De tegemoetkoming AOW-hiaat over één maand bestaat uit de volgende componenten:
a. Een bruto-uitkering die een netto-uitkering oplevert die even hoog is als de netto-AOW-uitkering, uitgaande van de AOW-uitkering die voor belanghebbende in de desbetreffende maand zou gelden, indien daarop aanspraak zou bestaan.
b. Voor de gewezen burgerlijk ambtenaar: een bruto pensioencompensatie voor het vervroegd bij 65 jaar laten ingaan van het ABP-ouderdomspensioen ongeacht of de gewezen burgerlijk ambtenaar het ABP-ouderdomspensioen daadwerkelijk eerder laat ingaan. De pensioencompensatie is gelijk aan de waarde van de verlaging van het ABP-ouderdomspensioen van de gewezen burgerlijk ambtenaar als gevolg van de stijging van de pensioenrichtleeftijd op grond van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. De pensioencompensatie wordt in maandelijkse termijnen uitgekeerd in de periode tussen de leeftijd van 65 jaar en de voor de gewezen burgerlijk ambtenaar geldende AOW-leeftijd, door de waarde te verdelen in een in die periode gelijkblijvend maandelijks bedrag.
c. Een bruto uitkering die resulteert in aanvulling tot 100% van de maandelijkse gerechtvaardigde aanspraak, indien het totaalbedrag onder a of onder a en b vermeerderd met het maandelijkse ABP-ouderdomspensioen dat de belanghebbende bij 65 jaar kan laten ingaan, netto minder bedraagt dan 100% van de maandelijkse gerechtvaardigde aanspraak.
3. Op de tegemoetkoming AOW-hiaat wordt – voor zover dit van toepassing is – in mindering gebracht een of meer bedragen die op grond van de Voorlopige voorziening, een individueel besluit of een individueel gemaakte afspraak, in verband met een tegemoetkoming voor inkomensderving als gevolg van ophoging van de AOW-leeftijd door of namens Defensie eerder aan de belanghebbende zijn betaald.
4. De uitbetaling van de tegemoetkoming AOW-hiaat stopt op de eerste dag van de maand volgend op het overlijden van de belanghebbende.
2. De tegemoetkoming AOW-hiaat over één maand bestaat uit de volgende componenten:
a. Een bruto-uitkering die een netto-uitkering oplevert die even hoog is als de netto-AOW-uitkering, uitgaande van de AOW-uitkering die voor belanghebbende in de desbetreffende maand zou gelden, indien daarop aanspraak zou bestaan.
b. Voor de gewezen burgerlijk ambtenaar: een bruto pensioencompensatie voor het vervroegd bij 65 jaar laten ingaan van het ABP-ouderdomspensioen ongeacht of de gewezen burgerlijk ambtenaar het ABP-ouderdomspensioen daadwerkelijk eerder laat ingaan. De pensioencompensatie is gelijk aan de waarde van de verlaging van het ABP-ouderdomspensioen van de gewezen burgerlijk ambtenaar als gevolg van de stijging van de pensioenrichtleeftijd op grond van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd. De pensioencompensatie wordt in maandelijkse termijnen uitgekeerd in de periode tussen de leeftijd van 65 jaar en de voor de gewezen burgerlijk ambtenaar geldende AOW-leeftijd, door de waarde te verdelen in een in die periode gelijkblijvend maandelijks bedrag.
c. Een bruto uitkering die resulteert in aanvulling tot 100% van de maandelijkse gerechtvaardigde aanspraak, indien het totaalbedrag onder a of onder a en b vermeerderd met het maandelijkse ABP-ouderdomspensioen dat de belanghebbende bij 65 jaar kan laten ingaan, netto minder bedraagt dan 100% van de maandelijkse gerechtvaardigde aanspraak.
3. Op de tegemoetkoming AOW-hiaat wordt – voor zover dit van toepassing is – in mindering gebracht een of meer bedragen die op grond van de Voorlopige voorziening, een individueel besluit of een individueel gemaakte afspraak, in verband met een tegemoetkoming voor inkomensderving als gevolg van ophoging van de AOW-leeftijd door of namens Defensie eerder aan de belanghebbende zijn betaald.
4. De uitbetaling van de tegemoetkoming AOW-hiaat stopt op de eerste dag van de maand volgend op het overlijden van de belanghebbende.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0053071
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl