1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, onder 1, is niet bevoegd tot het uitoefenen van politiebevoegdheden of het gebruik van geweldsmiddelen.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, onder 2, kan de in
artikel 7, eerste, derde en vierde (vervoersfouillering) lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van het vrijheidsbeperkend middel handboeien en de geweldsmiddelen pepperspray en uitschuifbare wapenstok.
De gevraagde geweldsmiddelen worden toegekend voor de duur van één jaar. U krijgt hiermee de tijd om de samenwerking met de politie formeel te regelen. Het handhavingsarrangement of de samenwerkingsovereenkomst moet binnen dit jaar alsnog aan ons worden overgelegd.