BWBR0052821
Geldig vanaf 13-07-2026
Artikel 3
Mandaatbesluit bestuursrechtelijke handhaving Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies
1. Aan de directeur van DFEI wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de wet, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.
2. Aan de directeur van DFEI wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de wet.
3. De directeur van DFEI kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat en volmacht verlenen aan medewerkers van DFEI.
2. Aan de directeur van DFEI wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 22 en 23 van de wet.
3. De directeur van DFEI kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat en volmacht verlenen aan medewerkers van DFEI.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052821
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl