BWBR0052775
Geldig vanaf 01-07-2026
Artikel 6.19
Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II
1. De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn:
a. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht en/of vreemdelingenbewaring/piket;
b. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht;
c. lid te zijn van de in artikel 6.17, vijfde lid onder b genoemde werkgroep; en
d. zodanige maatregelen te nemen dat bij afwezigheid de vervanging/waarneming wordt verzorgd door een voor de specialisatie vreemdelingenrecht ingeschreven advocaat.
2. Advocaten die tevens staan ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en die voor de voortzetting van deze specialisatie zes opleidingspunten hebben ingebracht behalen in plaats van het in het eerste lid onder b genoemde aantal opleidingspunten vier opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht.
a. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht en/of vreemdelingenbewaring/piket;
b. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht;
c. lid te zijn van de in artikel 6.17, vijfde lid onder b genoemde werkgroep; en
d. zodanige maatregelen te nemen dat bij afwezigheid de vervanging/waarneming wordt verzorgd door een voor de specialisatie vreemdelingenrecht ingeschreven advocaat.
2. Advocaten die tevens staan ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en die voor de voortzetting van deze specialisatie zes opleidingspunten hebben ingebracht behalen in plaats van het in het eerste lid onder b genoemde aantal opleidingspunten vier opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht.
- Citeren als
- Art. 6.19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052775
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl