BWBR0052748
Geldig vanaf 01-07-2026
Artikel 3
Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten
1. De aanvraag, bedoeld in artikel 2, zevende lid, dient met gebruikmaking van het door de Minister van Asiel en Migratie ter beschikking gestelde formulier te worden ingediend.
2. De aanvraag van de gemeente, bedoeld in artikel 2, zevende lid, bevat ten minste:
a. een omschrijving van het project: adres en aard van de opvang dan wel huisvesting;
b. de verwachte datum van ingebruikname;
c. de verwachte beschikbaarheidsduur van het project;
d. voor welke doelgroepen het project beschikbaar gesteld kan worden door de gemeente;
e. het aantal plekken dat bij de start van het project beschikbaar gesteld wordt voor opvang dan wel huisvesting en de verwachte samenstelling van de doelgroepen bij de aanvang van het project;
3. een business case, waaruit in ieder geval blijkt de capaciteit, beoogde doelgroep, de exploitatiekosten en waar van toepassing de transitiekosten om het beoogde project geschikt te maken voor opvang dan wel huisvesting.
4. Indien het wegens spoedeisend belang niet mogelijk is de aanvraag in te dienen voordat de kosten voor een project worden gemaakt, dient de gemeente zo spoedig mogelijk na aanvang van het project de aanvraag in. De aanvraag vermeldt de daadwerkelijke ingebruikname.
2. De aanvraag van de gemeente, bedoeld in artikel 2, zevende lid, bevat ten minste:
a. een omschrijving van het project: adres en aard van de opvang dan wel huisvesting;
b. de verwachte datum van ingebruikname;
c. de verwachte beschikbaarheidsduur van het project;
d. voor welke doelgroepen het project beschikbaar gesteld kan worden door de gemeente;
e. het aantal plekken dat bij de start van het project beschikbaar gesteld wordt voor opvang dan wel huisvesting en de verwachte samenstelling van de doelgroepen bij de aanvang van het project;
3. een business case, waaruit in ieder geval blijkt de capaciteit, beoogde doelgroep, de exploitatiekosten en waar van toepassing de transitiekosten om het beoogde project geschikt te maken voor opvang dan wel huisvesting.
4. Indien het wegens spoedeisend belang niet mogelijk is de aanvraag in te dienen voordat de kosten voor een project worden gemaakt, dient de gemeente zo spoedig mogelijk na aanvang van het project de aanvraag in. De aanvraag vermeldt de daadwerkelijke ingebruikname.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052748
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl