BWBR0052713
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 8
Regeling subsidie- en vergunningverlening kavel Gamma-B in windenergiegebied IJmuiden Ver
1. De perioden, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet, bedragen:
a. 39 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het starten met de bouw van het windpark; en
b. 54 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het starten met de exploitatie van het windpark.
2. Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en
b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
3. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d, e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
4. Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, bedoeld in het derde lid, meegerekend:
a. indien van toepassing: het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband; en
b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is: het eigen vermogen van de moederonderneming, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.
5. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen de perioden, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet; en
b. of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de voorwaarden van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Energiewet maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning bedraagt.
6. Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
a. 39 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het starten met de bouw van het windpark; en
b. 54 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het starten met de exploitatie van het windpark.
2. Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en
b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
3. Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d, e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
4. Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, bedoeld in het derde lid, meegerekend:
a. indien van toepassing: het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband; en
b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is: het eigen vermogen van de moederonderneming, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.
5. Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen de perioden, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
a. het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet; en
b. of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de voorwaarden van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Energiewet maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning bedraagt.
6. Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052713
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl