BWBR0052603
Geldig vanaf 01-07-2026
Artikel 9
Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen Wtta
1. De klachtenprocedure van de inspectie-instelling bestaat uit een schriftelijke procedure waaruit blijkt hoe:
a. een uitlener de bevindingen en resultaten van een inspectie bij de inspectie-instelling ter discussie kan stellen. Deze procedure moet voldoen aan de voorschriften over hoor en wederhoor zoals opgenomen in het inspectieschema.
b. uitleners of derden andersoortige klachten kunnen indienen bij de inspectie-instelling en hoe die klachten worden behandeld.
Deze procedure moet voldoen aan de voorschriften over klachtbehandeling (‘complaints’) opgenomen in ISO/IEC 17020.
2. Indien een uitlener na de hoor- en wederhoorprocedure nog een blijvende klacht heeft over een feitelijke bevinding van de inspectie-instelling, is in afwijking van het bepaalde in ISO/IEC 17020 voor de aanwijzing niet vereist dat de inspectie-instelling hiervoor een bezwaar- en beroepsprocedure heeft opengesteld.
a. een uitlener de bevindingen en resultaten van een inspectie bij de inspectie-instelling ter discussie kan stellen. Deze procedure moet voldoen aan de voorschriften over hoor en wederhoor zoals opgenomen in het inspectieschema.
b. uitleners of derden andersoortige klachten kunnen indienen bij de inspectie-instelling en hoe die klachten worden behandeld.
Deze procedure moet voldoen aan de voorschriften over klachtbehandeling (‘complaints’) opgenomen in ISO/IEC 17020.
2. Indien een uitlener na de hoor- en wederhoorprocedure nog een blijvende klacht heeft over een feitelijke bevinding van de inspectie-instelling, is in afwijking van het bepaalde in ISO/IEC 17020 voor de aanwijzing niet vereist dat de inspectie-instelling hiervoor een bezwaar- en beroepsprocedure heeft opengesteld.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052603
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl