BWBR0052580
Geldig vanaf 01-05-2026
Artikel 12
Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030
1. De minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 11, heeft plaatsgevonden.
2. De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien:
a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b. de uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 11.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.
2. De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien:
a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
b. de uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 11.
3. De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052580
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl