BWBR0052358
Geldig vanaf 01-03-2026
Artikel 13
Regeling stimulering projecten PAGW
1. De minister kan bij het vaststellen van de rijksbijdrage afwijken van artikel 4, zesde en zevende lid, voor zover toepassing daarvan, gelet op doel of strekking van deze bepalingen, voor de ontvanger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. De minister kan bij het vaststellen van de rijksbijdrage afwijken van een of meer bepalingen van deze regeling, voor zover toepassing daarvan, gelet op schriftelijke afspraken van de minister met de ontvanger die dateren van voor de inwerkingtreding van de regeling, voor de ontvanger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2. De minister kan bij het vaststellen van de rijksbijdrage afwijken van een of meer bepalingen van deze regeling, voor zover toepassing daarvan, gelet op schriftelijke afspraken van de minister met de ontvanger die dateren van voor de inwerkingtreding van de regeling, voor de ontvanger zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052358
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl