BWBR0052305
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 5
Tijdelijke subsidieregeling Maritiem Masterplan 2026
1. Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
2. Onder artikel 25, derde lid, onderdeel e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen ook meerkosten van brandstof voor methanol, waterstof, ammoniak en bio-ethanol, en kosten om voor de demonstratie noodzakelijke infrastructuur aan te leggen, voor zover die kosten rechtstreeks uit het project voortvloeien.
3. Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek;
b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of
c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.
2. Onder artikel 25, derde lid, onderdeel e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen ook meerkosten van brandstof voor methanol, waterstof, ammoniak en bio-ethanol, en kosten om voor de demonstratie noodzakelijke infrastructuur aan te leggen, voor zover die kosten rechtstreeks uit het project voortvloeien.
3. Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek;
b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of
c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052305
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl