BWBR0052299
Geldig vanaf 20-02-2026
Artikel 3
Regeling vervolgfuncties bewindspersonen
1. Een verzoek om advies als bedoeld in de artikelen 3, derde lid, en 4, vierde lid, van de wet wordt schriftelijk door de Minister-President ingediend bij het adviescollege.
2. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor de gewenste ontheffing aan, alsmede een motivering van waarom een ontheffing wenselijk is.
3. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor en reikwijdte van de gewenste ontheffing aan, en motiveert daarbij waarom een ontheffing wenselijk is.
2. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor de gewenste ontheffing aan, alsmede een motivering van waarom een ontheffing wenselijk is.
3. De bewindspersoon of gewezen bewindspersoon levert ten behoeve van de ontheffing als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet bij de Minister-President de reden voor en reikwijdte van de gewenste ontheffing aan, en motiveert daarbij waarom een ontheffing wenselijk is.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052299
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl