BWBR0052212
Geldig vanaf 14-02-2026
Artikel 2.19
Wet collectieve warmte
1. Het aangewezen warmtebedrijf doet al hetgeen redelijkerwijs in zijn vermogen ligt om een onderbreking van de levering van warmte aan verbruikers te voorkomen en indien een onderbreking zich toch voordoet, deze zo snel mogelijk te beëindigen.
2. Het aangewezen warmtebedrijf stelt een verbruiker tenminste drie dagen van tevoren op de hoogte van de door hem geplande werkzaamheden waarbij de levering van warmte aan verbruikers moet worden onderbroken.
3. Een aangewezen warmtebedrijf houdt een storingsregistratie bij betreffende de levering van warmte aan verbruikers en publiceert deze op een geschikte wijze.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. de inhoud van de storingsregistratie;
b. de wijze waarop en de frequentie waarmee de storing voor verbruikers bekend wordt gemaakt.
2. Het aangewezen warmtebedrijf stelt een verbruiker tenminste drie dagen van tevoren op de hoogte van de door hem geplande werkzaamheden waarbij de levering van warmte aan verbruikers moet worden onderbroken.
3. Een aangewezen warmtebedrijf houdt een storingsregistratie bij betreffende de levering van warmte aan verbruikers en publiceert deze op een geschikte wijze.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over:
a. de inhoud van de storingsregistratie;
b. de wijze waarop en de frequentie waarmee de storing voor verbruikers bekend wordt gemaakt.
- Citeren als
- Art. 2.19
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052212
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl