BWBR0052106
Geldig vanaf 03-01-2026
Artikel 6.4
Algemene Subsidiebepalingen ZonMw
1. De ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel b, toont op de bij het besluit tot verlening van de subsidie bepaalde wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
2. ZonMw kan de subsidieontvanger vragen om aanvullend bewijs of onderliggende administratie wanneer de prestatie naar oordeel van ZonMw onvoldoende helder is aangetoond.
3. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door ZonMw bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal subsidiabele prestatie-eenheden dat door ZonMw bij de verlening is genoemd.
4. ZonMw besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
5. ZonMw kan het nemen van een besluit tot een nader te bepalen datum onder opgave van redenen uitstellen.
2. ZonMw kan de subsidieontvanger vragen om aanvullend bewijs of onderliggende administratie wanneer de prestatie naar oordeel van ZonMw onvoldoende helder is aangetoond.
3. De subsidie wordt vastgesteld op een bedrag per gerealiseerde prestatie-eenheid waarvan de hoogte door ZonMw bij de verlening is genoemd, voor ten hoogste het maximum aantal subsidiabele prestatie-eenheden dat door ZonMw bij de verlening is genoemd.
4. ZonMw besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
5. ZonMw kan het nemen van een besluit tot een nader te bepalen datum onder opgave van redenen uitstellen.
- Citeren als
- Art. 6.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052106
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl