BWBR0052087
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 9
Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES
1. De Staatssecretaris kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van:
a. de ernst van de overtreding;
b. de mate van verwijtbaarheid;
c. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;
d. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert;
boeteoplegging volgens deze beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES onevenredig is.
2. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, in geval van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.
a. de ernst van de overtreding;
b. de mate van verwijtbaarheid;
c. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of;
d. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert;
boeteoplegging volgens deze beleidsregel handhaving Wet kinderopvang BES onevenredig is.
2. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, in geval van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze beleidsregels niet is voorzien.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052087
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl