BWBR0052069
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 3.4
Invoeringsregeling Energiewet
1. De distributiesysteembeheerder valideert een verzamelde meterstand die ziet op het tijdstip 0.00 uur door te controleren:
a. of de te valideren meterstand gelijk is aan of hoger is dan de voorgaande ontvangen meterstand; en
b. of de waarde van het berekende verschil tussen de te valideren meterstand en de voorgaande vastgestelde meterstand niet groter is dan technisch mogelijk is gezien de fysieke capaciteit van de aansluiting.
2. Indien een meterstand niet valide is bevonden en de distributiesysteembeheerder deze meterstand nodig heeft voor de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen, berekent hij de meterstand met gebruikmaking van de algoritmen, bedoeld in voorwaarde 5.1.3.3, onderdelen a tot en met f, van de Informatiecode elektriciteit en gas.
a. of de te valideren meterstand gelijk is aan of hoger is dan de voorgaande ontvangen meterstand; en
b. of de waarde van het berekende verschil tussen de te valideren meterstand en de voorgaande vastgestelde meterstand niet groter is dan technisch mogelijk is gezien de fysieke capaciteit van de aansluiting.
2. Indien een meterstand niet valide is bevonden en de distributiesysteembeheerder deze meterstand nodig heeft voor de uitvoering van zijn wettelijke taken of verplichtingen, berekent hij de meterstand met gebruikmaking van de algoritmen, bedoeld in voorwaarde 5.1.3.3, onderdelen a tot en met f, van de Informatiecode elektriciteit en gas.
- Citeren als
- Art. 3.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052069
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl