BWBR0052068
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 9.3
Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW
1. Voorafgaand aan de werkzaamheden controleert u of het voertuigidentificatienummer en kenteken van de auto overeenstemmen met de gegevens uit het kentekenregister van de RDW.
2. U controleert of de inbouw van de boordcomputer deugdelijk is uitgevoerd.
3. U controleert de omstandigheden van de auto waarin de boordcomputer wordt geactiveerd zoals de onbelaste rijklare toestand (het voldoen aan de APK eisen van de banden), de bandenmaat en -spanning.
4. U voert handelingen uit ten behoeve van de activering en de-activering van de boordcomputer.
5. Na afronding van de werkzaamheden aan de boordcomputer taxi legt u de relevante gegevens vast op de registerkaart en geeft u de tellerstand aan de RDW door op de door de RDW vastgestelde wijze.
6. U bewaart de gegevens op de registerkaart ten minste twee jaar vanaf datum van registratie.
7. Na de-activering van een boordcomputer taxi bewaart u de gegevens 6 maanden na overdracht van de gegevens op de externe gegevensdrager.
8. U stelt de gegevens uit het geheugen van een defecte en te vervangen boordcomputer taxi veilig. Wanneer dit niet mogelijk is, geeft u een ‘certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’ (COU) af. Hiervoor vraagt u een certificaatnummer aan bij de RDW.
9. U houdt een administratie bij van de door u uitgegeven ‘certificaten van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’.
10. De veiliggestelde data en de afgegeven certificaten als bedoelt in lid 9 bewaart u minimaal twee jaar. De data bewaart u twee jaar vanaf de registratie. De afgegeven certificaten bewaart u twee jaar vanaf de datum van afgifte.
2. U controleert of de inbouw van de boordcomputer deugdelijk is uitgevoerd.
3. U controleert de omstandigheden van de auto waarin de boordcomputer wordt geactiveerd zoals de onbelaste rijklare toestand (het voldoen aan de APK eisen van de banden), de bandenmaat en -spanning.
4. U voert handelingen uit ten behoeve van de activering en de-activering van de boordcomputer.
5. Na afronding van de werkzaamheden aan de boordcomputer taxi legt u de relevante gegevens vast op de registerkaart en geeft u de tellerstand aan de RDW door op de door de RDW vastgestelde wijze.
6. U bewaart de gegevens op de registerkaart ten minste twee jaar vanaf datum van registratie.
7. Na de-activering van een boordcomputer taxi bewaart u de gegevens 6 maanden na overdracht van de gegevens op de externe gegevensdrager.
8. U stelt de gegevens uit het geheugen van een defecte en te vervangen boordcomputer taxi veilig. Wanneer dit niet mogelijk is, geeft u een ‘certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’ (COU) af. Hiervoor vraagt u een certificaatnummer aan bij de RDW.
9. U houdt een administratie bij van de door u uitgegeven ‘certificaten van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’.
10. De veiliggestelde data en de afgegeven certificaten als bedoelt in lid 9 bewaart u minimaal twee jaar. De data bewaart u twee jaar vanaf de registratie. De afgegeven certificaten bewaart u twee jaar vanaf de datum van afgifte.
- Citeren als
- Art. 9.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052068
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl