BWBR0052057
Geldig vanaf 30-12-2025
Artikel 5
Instellingsbesluit visitatiecommissie cultuurfondsen 2026
1. De leden en de voorzitter van de commissie ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen en overige bijeenkomsten in het kader van hun werkzaamheden vacatiegelden overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.
2. De hoogte van de vergoeding wordt daarbij vastgesteld op 3% van het maximum van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten cao Rijk. De vergoeding van de voorzitter bedraagt 130% van de vergoeding die aan de andere leden wordt toegekend. Voorts ontvangen de leden voor hun werkzaamheden vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
3. Aan het bestuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie wordt machtiging verleend om de vergoedingen, bedoeld in dit artikel, namens Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betaalbaar te stellen.
2. De hoogte van de vergoeding wordt daarbij vastgesteld op 3% van het maximum van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten cao Rijk. De vergoeding van de voorzitter bedraagt 130% van de vergoeding die aan de andere leden wordt toegekend. Voorts ontvangen de leden voor hun werkzaamheden vergoeding van reis- en verblijfskosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
3. Aan het bestuur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie wordt machtiging verleend om de vergoedingen, bedoeld in dit artikel, namens Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betaalbaar te stellen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0052057
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl