BWBR0051968
Geldig vanaf 2025-12-18
Artikel 3
Instellingsbesluit programmaraad IPOHV
1. De programmaraad bestaat uit een voorzitter en leden.
2. De leden vertegenwoordigen elk een belanghebbende organisatie bij het beter, kostenefficiënter en sneller realiseren van kwalitatief betere schoolgebouwen. Zij zitten er niet op persoonlijke titel.
3. De leden van de programmaraad zijn zodanig samengesteld dat zij samen een gebalanceerde vertegenwoordiging vormen van de belanghebbende partijen bij de onderwijshuisvestingsopgave.
4. De deelnemende organisaties worden door de minister benoemd en, in voorkomend geval, door de minister geschorst of tussentijds ontslagen.
5. De benoeming geschiedt voor de duur dat de programmaraad is ingesteld, overeenkomstig artikel 2 lid 2.
6. De programmaraad kiest uit haar midden de voorzitter.
7. Een lid neemt niet deel aan de vergadering van de programmaraad indien het een advies over een onderwerp betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
8. Een lid kan worden geschorst of tussentijds worden ontslagen indien:
a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;
b. het functioneren van het lid daartoe aanleiding geeft; of
c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van het lid niet gewaarborgd is.
9. Bij tussentijds ontslag van de voorzitter kan de minister een andere voorzitter benoemen.
10. Bij tussentijds ontslag van een overig lid kan de minister een ander lid benoemen.
11. Een lid kan te allen tijde als zodanig ontslag nemen en geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter.
2. De leden vertegenwoordigen elk een belanghebbende organisatie bij het beter, kostenefficiënter en sneller realiseren van kwalitatief betere schoolgebouwen. Zij zitten er niet op persoonlijke titel.
3. De leden van de programmaraad zijn zodanig samengesteld dat zij samen een gebalanceerde vertegenwoordiging vormen van de belanghebbende partijen bij de onderwijshuisvestingsopgave.
4. De deelnemende organisaties worden door de minister benoemd en, in voorkomend geval, door de minister geschorst of tussentijds ontslagen.
5. De benoeming geschiedt voor de duur dat de programmaraad is ingesteld, overeenkomstig artikel 2 lid 2.
6. De programmaraad kiest uit haar midden de voorzitter.
7. Een lid neemt niet deel aan de vergadering van de programmaraad indien het een advies over een onderwerp betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.
8. Een lid kan worden geschorst of tussentijds worden ontslagen indien:
a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;
b. het functioneren van het lid daartoe aanleiding geeft; of
c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van het lid niet gewaarborgd is.
9. Bij tussentijds ontslag van de voorzitter kan de minister een andere voorzitter benoemen.
10. Bij tussentijds ontslag van een overig lid kan de minister een ander lid benoemen.
11. Een lid kan te allen tijde als zodanig ontslag nemen en geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter.