BWBR0051928
Geldig vanaf 2025-12-10
Artikel 2
Instellingsbesluit Externe begeleidingscommissie Periodieke Rapportage Toeslagen
1. Er is een commissie ter begeleiding van de Periodieke Rapportage Toeslagen.
2. De commissie heeft tot taak:
a) De commissie bestaat uit drie leden die gedurende de looptijd van het onderzoek met een onafhankelijke blik en vanuit eigen expertise, adviseren en meedenken over de opzet en uitvoering van het onderzoek.
b) De commissie geeft vanuit de verschillende expertises gevraagd en ongevraagd advies aan de ambtelijke werkgroep en aan het externe onderzoeksbureau. De commissie reageert op tussenrapporten van het onderzoek. De ambtelijke werkgroep draagt zorg voor het doorgeleiden van de adviezen en reacties van de commissie naar het externe onderzoeksbureau.
c) Ten minste één van de betrokken onafhankelijk deskundigen van de commissie schrijft een oordeel over de kwaliteit van het onderzoek door het externe onderzoeksbureau, en geeft een toelichting op de betrokkenheid en inbreng van de commissie bij de totstandkoming van het eindrapport van het externe onderzoeksbureau. Dit oordeel en de toelichting worden als bijlage meegestuurd aan de Tweede Kamer.
3. De ambtelijke werkgroep faciliteert de commissie in gesprekken en andere zaken die nodig zijn voor de uitvoering van de in dit artikel geformuleerde taakstelling.
4. In onderling overleg tussen de ambtelijke werkgroep en de leden van de commissie krijgt de rol van de commissie verdere invulling.
2. De commissie heeft tot taak:
a) De commissie bestaat uit drie leden die gedurende de looptijd van het onderzoek met een onafhankelijke blik en vanuit eigen expertise, adviseren en meedenken over de opzet en uitvoering van het onderzoek.
b) De commissie geeft vanuit de verschillende expertises gevraagd en ongevraagd advies aan de ambtelijke werkgroep en aan het externe onderzoeksbureau. De commissie reageert op tussenrapporten van het onderzoek. De ambtelijke werkgroep draagt zorg voor het doorgeleiden van de adviezen en reacties van de commissie naar het externe onderzoeksbureau.
c) Ten minste één van de betrokken onafhankelijk deskundigen van de commissie schrijft een oordeel over de kwaliteit van het onderzoek door het externe onderzoeksbureau, en geeft een toelichting op de betrokkenheid en inbreng van de commissie bij de totstandkoming van het eindrapport van het externe onderzoeksbureau. Dit oordeel en de toelichting worden als bijlage meegestuurd aan de Tweede Kamer.
3. De ambtelijke werkgroep faciliteert de commissie in gesprekken en andere zaken die nodig zijn voor de uitvoering van de in dit artikel geformuleerde taakstelling.
4. In onderling overleg tussen de ambtelijke werkgroep en de leden van de commissie krijgt de rol van de commissie verdere invulling.