BWBR0051840
Geldig vanaf 2025-11-27
Artikel 5
Beleidsregel kennis, opleiding en bijscholing van gekwalificeerde personen
1. Een basisopleiding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, komt voor goedkeuring door de minister in aanmerking indien wordt voldaan aan de in de volgende leden opgenomen voorwaarden, en aan de artikelen 6en 7.
2. Een basisopleiding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bevat ten minste de kennisgebieden die zijn opgenomen in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk 1, onderdeel 4, van verordening (EG) 853/2004.
3. In aanvulling op het tweede lid wordt binnen de basisopleiding het onderdeel:
a. pathologie onderwezen door jagende dierenartsen; en
b. hygiëne onderwezen door een hierin aantoonbaar geschoold persoon.
4. Het opleidingsprogramma behoeft goedkeuring van de minister.
5. Het examen en het examenreglement behoeven goedkeuring van de minister.
6. Het opleidingsprogramma, het examen en het examenreglement worden telkens bij structurele wijzigingen en minstens om de vier jaar ter goedkeuring aan de minister aangeboden.
7. Na het behalen van het examen wordt door de opleidingsinstantie een certificaat uitgereikt aan de gekwalificeerde persoon.
8. Het certificaat, bedoeld in het zevende lid:
a. wordt op naam gesteld van de gekwalificeerde persoon;
b. bevat een uniek nummer;
c. bevat een datum van uitgifte;
d. bevat de geboortedatum en de geboorteplaats van de gekwalificeerde persoon;
e. wordt voorzien van een geldigheidsduur van vier jaar.
2. Een basisopleiding als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bevat ten minste de kennisgebieden die zijn opgenomen in bijlage III, sectie IV, hoofdstuk 1, onderdeel 4, van verordening (EG) 853/2004.
3. In aanvulling op het tweede lid wordt binnen de basisopleiding het onderdeel:
a. pathologie onderwezen door jagende dierenartsen; en
b. hygiëne onderwezen door een hierin aantoonbaar geschoold persoon.
4. Het opleidingsprogramma behoeft goedkeuring van de minister.
5. Het examen en het examenreglement behoeven goedkeuring van de minister.
6. Het opleidingsprogramma, het examen en het examenreglement worden telkens bij structurele wijzigingen en minstens om de vier jaar ter goedkeuring aan de minister aangeboden.
7. Na het behalen van het examen wordt door de opleidingsinstantie een certificaat uitgereikt aan de gekwalificeerde persoon.
8. Het certificaat, bedoeld in het zevende lid:
a. wordt op naam gesteld van de gekwalificeerde persoon;
b. bevat een uniek nummer;
c. bevat een datum van uitgifte;
d. bevat de geboortedatum en de geboorteplaats van de gekwalificeerde persoon;
e. wordt voorzien van een geldigheidsduur van vier jaar.