BWBR0051782
Geldig vanaf 2025-11-20
Artikel 3
Instellingsbesluit Raad van Advies
1. De leden van de Raad van Advies worden door de inspecteur-generaal op persoonlijke titel en op basis van hun deskundigheid voor een periode van vier jaar benoemd. De leden kunnen daarna eenmaal worden herbenoemd.
2. De Raad van Advies bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vijf overige leden.
3. De Raad van Advies wordt in de gelegenheid gesteld suggesties te doen voor het vervullen van een vacature in de Raad van Advies.
4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de inspecteur-generaal een ander lid benoemen.
5. De voorzitter en de leden van de Raad van Advies kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen door middel van een schriftelijk bericht aan de inspecteur-generaal.
6. De leden van de Raad van Advies kunnen door de inspecteur-generaal op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen.
2. De Raad van Advies bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vijf overige leden.
3. De Raad van Advies wordt in de gelegenheid gesteld suggesties te doen voor het vervullen van een vacature in de Raad van Advies.
4. Bij tussentijds vertrek van een lid kan de inspecteur-generaal een ander lid benoemen.
5. De voorzitter en de leden van de Raad van Advies kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen door middel van een schriftelijk bericht aan de inspecteur-generaal.
6. De leden van de Raad van Advies kunnen door de inspecteur-generaal op eigen verzoek of wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden worden geschorst en ontslagen.