BWBR0051778
Geldig vanaf 30-06-2026
Artikel 3
Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030
1. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 een totaal subsidieplafond van € 28 miljoen.
2. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 geldt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een subsidieplafond van € 1,5 miljoen, waarbij uitsluitend aanvragen in aanmerking komen die zijn gericht op projecten die zien op de financiering van natuurlijke personen door een maatschappelijke organisatie als bedoeld in paragraaf 7 van de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beleidsregels.
3. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 geldt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, een subsidieplafond van € 5,5 miljoen, waarbij uitsluitend aanvragen in aanmerking komen die zijn gericht op projecten die zien op maatschappelijke activiteiten als bedoeld in paragraaf 6 van de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beleidsregels.
4. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 gelden voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, derde lid, nader bekend te maken subsidieplafonds.
5. Als na toepassing van het tweede lid een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het subsidieplafond van het derde lid.
6. Als na toepassing van het derde lid een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het subsidieplafond voor de eerstvolgende openstelling.
2. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 geldt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, een subsidieplafond van € 1,5 miljoen, waarbij uitsluitend aanvragen in aanmerking komen die zijn gericht op projecten die zien op de financiering van natuurlijke personen door een maatschappelijke organisatie als bedoeld in paragraaf 7 van de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beleidsregels.
3. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 geldt voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, een subsidieplafond van € 5,5 miljoen, waarbij uitsluitend aanvragen in aanmerking komen die zijn gericht op projecten die zien op maatschappelijke activiteiten als bedoeld in paragraaf 6 van de in de bijlage bij dit besluit opgenomen beleidsregels.
4. Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 gelden voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, derde lid, nader bekend te maken subsidieplafonds.
5. Als na toepassing van het tweede lid een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het subsidieplafond van het derde lid.
6. Als na toepassing van het derde lid een deel van het subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het subsidieplafond voor de eerstvolgende openstelling.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051778
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl