BWBR0051777
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 6
Regeling kinderopvang BES
1. De houder van een kindercentrum beschikt over een afschrift van bewijsstukken met betrekking tot ervaringseisen als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, van het besluit, waaruit blijkt dat de in dat lid bedoelde beroepskracht de volgende taken kan uitvoeren op het niveau, bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, van het besluit:
a. het begeleiden van kinderen bij hun ontwikkeling;
b. het werken aan kwaliteit en deskundigheid; en
c. het opvoeden en ontwikkelen van kinderen in de kinderopvang.
2. De bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit documenten, gegevens of ander bewijsmateriaal die aantonen dat de beroepskracht bij de uitvoering van de taken handelt op het vereiste niveau en een schriftelijke toelichting waarin wordt uitgelegd waarom die bewijsstukken dat aantonen.
a. het begeleiden van kinderen bij hun ontwikkeling;
b. het werken aan kwaliteit en deskundigheid; en
c. het opvoeden en ontwikkelen van kinderen in de kinderopvang.
2. De bewijsstukken, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit documenten, gegevens of ander bewijsmateriaal die aantonen dat de beroepskracht bij de uitvoering van de taken handelt op het vereiste niveau en een schriftelijke toelichting waarin wordt uitgelegd waarom die bewijsstukken dat aantonen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051777
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl