BWBR0051700
Geldig vanaf 2025-11-06
Artikel 10
Tijdelijke regeling verstrekkingen medisch evacués Gaza
1. De minister verleent aan de Raad van Bestuur van de SVB:
a. mandaat tot het nemen van: 1° besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° beschikkingen op bezwaarschriften, en
1° besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° beschikkingen op bezwaarschriften, en
b. volmacht en machtiging voor: 1° het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze gericht zijn tegen of verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9.
1° het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze gericht zijn tegen of verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9.
2. De Raad van bestuur van de SVB is bevoegd voor de in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8en 9bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
3. Het krachtens mandaat en ondermandaat ondertekenen van besluiten en beschikkingen op bezwaarschriften geschiedt als volgt:
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)
a. mandaat tot het nemen van: 1° besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° beschikkingen op bezwaarschriften, en
1° besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht ter uitvoering van de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° beschikkingen op bezwaarschriften, en
b. volmacht en machtiging voor: 1° het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze gericht zijn tegen of verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9.
1° het voeren van gerechtelijke procedures en het behandelen van klachten voor zover deze gericht zijn tegen of verband houden met de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9;
2° het verrichten van andere rechtshandelingen en feitelijke handelingen met betrekking tot besluiten als bedoeld in artikelen 3, 4, 5, 7, 8 en 9.
2. De Raad van bestuur van de SVB is bevoegd voor de in de artikelen 3, 4, 5, 7, 8en 9bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.
3. Het krachtens mandaat en ondermandaat ondertekenen van besluiten en beschikkingen op bezwaarschriften geschiedt als volgt:
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
(handtekening)
(naam functionaris)
(functie)