BWBR0051655
Geldig vanaf 25-10-2025
Artikel 4.8
Beleidsregels risicoverevening 2026
1. Het Zorginstituut baseert het aantal verzekerden per zorgverzekeraar voor het criterium IBZ_C op:
a. de indeling in IBZ_C-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 7 van deze Beleidsregels;
b. de som van de kosten 2025 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd van: – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
– verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
c. de som van de kosten 2024 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2026, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd van: – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
– verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
d. de leeftijd volgens het PKB 2025.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2026 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 7 van deze Beleidsregels, in welke IBZ_C klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IBZ_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IBZ_C’ in.
a. de indeling in IBZ_C-klassen 2026 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in Bijlage 7 van deze Beleidsregels;
b. de som van de kosten 2025 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd van: – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
– verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
c. de som van de kosten 2024 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2026, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2027 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd van: – verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
– verloskunde en verloskunde via integrale geboortezorg;
– kraamzorg en kraamzorg via integrale geboortezorg; en
– verloskunde via medisch-specialistische zorg;
d. de leeftijd volgens het PKB 2025.
2. Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, met het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2026 en bepaalt daarmee en met inachtneming van Bijlage 7 van deze Beleidsregels, in welke IBZ_C klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
3. Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IBZ_C’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IBZ_C’ in.
- Citeren als
- Art. 4.8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051655
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl