BWBR0051651
Geldig vanaf 2025-10-25
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten tweede tranche
1. De subsidieontvanger wijst een projectcoördinator aan, die het project coördineert en die aanspreekpunt is voor de minister.
2. De installatie is functioneel in bedrijf gesteld voor 31 december 2028.
3. De vergaande zuiveringstechniek kan technisch het verwijderingsrendement behalen.
4. Het verwijderingsrendement wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de specifieke verwijderingspercentages van minimaal zes gidsstoffen, verdeeld over twee categorieën, waarbij de verhouding tussen stoffen uit categorie 1 en categorie 2 altijd 2:1 is.
5. Als minder dan zes gidsstoffen in voldoende concentratie worden gemeten, kan gebruik worden gemaakt van de gidsstoffen uit de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste trancheom het verwijderingsrendement te berekenen.
6. Voor het meten van de gidsstoffen om het zuiveringsrendement te bepalen, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de werkinstructie, bedoeld in bijlage I van de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste tranche, dan wel de werkinstructies, bedoeld in ‘STOWA 2024-43, werkinstructie bemonstering en chemische analyse medicijnresten in rwzi-afvalwater t.b.v. bijdrageregeling ‘zuivering medicijnresten’ (IenW)’ en de ‘Handreiking voor het uitvoeren van biologische effectmonitoring bij vergaande zuivering van RWZI-effluenten Versie 0.9, eindversie 24 oktober 2024’.
7. Gedurende vijf jaren na de datum van het functioneel in bedrijf stellen van de installatie rapporteert het waterschap jaarlijks, voor 1 maart in het opvolgende kalenderjaar, aan de minister over de voortgang van de bevindingen ten aanzien van het project.
8. De rapportage, bedoeld in het zevende lid, bevat de gegevens, bedoeld in bijlage III, bij deze regeling.
2. De installatie is functioneel in bedrijf gesteld voor 31 december 2028.
3. De vergaande zuiveringstechniek kan technisch het verwijderingsrendement behalen.
4. Het verwijderingsrendement wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de specifieke verwijderingspercentages van minimaal zes gidsstoffen, verdeeld over twee categorieën, waarbij de verhouding tussen stoffen uit categorie 1 en categorie 2 altijd 2:1 is.
5. Als minder dan zes gidsstoffen in voldoende concentratie worden gemeten, kan gebruik worden gemaakt van de gidsstoffen uit de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste trancheom het verwijderingsrendement te berekenen.
6. Voor het meten van de gidsstoffen om het zuiveringsrendement te bepalen, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de werkinstructie, bedoeld in bijlage I van de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste tranche, dan wel de werkinstructies, bedoeld in ‘STOWA 2024-43, werkinstructie bemonstering en chemische analyse medicijnresten in rwzi-afvalwater t.b.v. bijdrageregeling ‘zuivering medicijnresten’ (IenW)’ en de ‘Handreiking voor het uitvoeren van biologische effectmonitoring bij vergaande zuivering van RWZI-effluenten Versie 0.9, eindversie 24 oktober 2024’.
7. Gedurende vijf jaren na de datum van het functioneel in bedrijf stellen van de installatie rapporteert het waterschap jaarlijks, voor 1 maart in het opvolgende kalenderjaar, aan de minister over de voortgang van de bevindingen ten aanzien van het project.
8. De rapportage, bedoeld in het zevende lid, bevat de gegevens, bedoeld in bijlage III, bij deze regeling.