BWBR0051614
Geldig vanaf 10-06-2026
Artikel 3.7
Regeling regionaal programma en Doorstroompuntfunctie 2026–2029
1. De minister beslist uiterlijk over de verlening van de subsidie op:
a. 31 maart 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel a;
b. op 30 juni 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel b; of
c. op 11 november 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel c.
2. De subsidie wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. De betalingen vinden uiterlijk plaats in:
a. mei 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel a, september 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel b, of december 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel c;
b. februari 2027;
c. februari 2028; en
d. februari 2029.
a. 31 maart 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel a;
b. op 30 juni 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel b; of
c. op 11 november 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel c.
2. De subsidie wordt in vier gelijke delen als voorschot uitbetaald. De betalingen vinden uiterlijk plaats in:
a. mei 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel a, september 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel b, of december 2026 voor de aanvragen gedaan in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, onderdeel c;
b. februari 2027;
c. februari 2028; en
d. februari 2029.
- Citeren als
- Art. 3.7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0051614
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl